H.W. Koekkoek, de witte vlag, 1893 olieverf op doek, Stichting B.C. Koekkoek-Huis, Kleef

Tentoonstelling en boek H.W. Koekkoek

Hermanus Willem Koekkoek

Schilder en illustrator van oorlog en vrede

Tentoonstelling 10 maart t/m 30 juni 2019
B.C. Koekkoek-Haus, Kleve (Duitsland)

De voorjaarstentoonstelling in het B.C. Koekkoek-Haus toont het werk van de in de vergetelheid geraakte militair schilder H.W. Koekkoek (Amsterdam 1867- 1929 Amsterdam), een achterneef van de beroemde landschapsschilder, de in Kleve werkzame Barend Cornelis Koekkoek. Herman schilderde eigentijdse militaire voorstellingen, zowel gevechtsscenes als het kampleven, en militaire typen in hun kleurrijke uniformen uit vooral West-Europese legers. De cavalerie en artillerie, waar het paard een belangrijke plaats inneemt, hadden zijn voorkeur. Als illustrator van zich wereldwijd voordoende militaire gebeurtenissen bracht hij de tussen 1900 en 1920 afspelende oorlogen in beeld. Hij beschikte over een groot voorstellingsvermogen. Een oorlog had hij niet van nabij meegemaakt.

Zijn van hoge kwaliteit getuigende schilderijen bevinden zich in internationale particuliere en museale collecties, waaronder het Nederlandse en Britse koninklijk huis.

H.W. Koekkoek, die door zijn vader Willem Koekkoek, bekend om zijn geromantiseerde Hollandse stadsgezichten was opgeleid, woonde tot 1903 in Amsterdam, tot 1920 in Londen en tot zijn overlijden in 1929 weer in Amsterdam.

Zowel het B.C. Koekkoek-Haus als het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (Den Haag) bewaren zijn uitgebreide nalatenschap, die zijn dochter Hermie aan deze instellingen had geschonken. De tentoonstelling is gebaseerd op het onderzoek van drs Jos W.L. Hilkhuijsen, oud-conservator van het Nationaal Militair Museum (Soest, Nederland). Als eerste onderzocht hij beide archieven, waarop zijn monografie is gebaseerd.

Koekkoeks oorlogsillustraties verschenen in het weekblad The Illustrated London News. Hij bracht onder meer de Boerenoorlog, de Russisch-Japanse oorlog, de Bokser opstand en de Eerste Wereldoorlog in beeld. Voor de maandbladen Pearson’s Magazine en The Royal Magazine illustreerde hij de korte verhalen (fictie en non-fictie). Zijn vóór 1895 vervaardigde schilderijen hebben in hoofdzaak betrekking op de Frans-Pruisische oorlog (1870-1871). De nadruk op militaire typen lag tussen 1895 en 1900. Na 1920 vervaardigde hij vreedzame Hollandse waterlandschappen en geromantiseerde Hollandse stadsgezichten in de stijl van zijn vader. De tentoonstelling laat aan de hand van niet eerder aan het publiek getoonde schilderijen en archiefmateriaal alle aspecten van Koekkoeks werk zien. De schilderijen komen hoofdzakelijk uit Nederlandse particulier bezit en uit de collecties van het Nationaal Militair Museum, Museum Jan Cunen (Oss) en het B.C. Koekkoek-Haus. H.W. Koekkoek’s werk valt op door de natuurgetrouw weergegeven ensceneringen en de zorgvuldige uitwerking van wapenrusting. Zowel als kunstenaar en als getuige van eigentijdse gebeurtenissen zijn hij en zijn werk van grote betekenis.

Bij de tentoonstelling verschijnt de Nederlandstalige monografie Hermanus Willem Koekkoek (1867-1929). Schilder en illustrator van oorlog en vrede van drs Jos W.L. Hilkhuijsen (Uitgeverij Vantilt: Nijmegen)

Modernism in migration

CfP: Modernism in migration

Call for papers

Modernism in Migration: Relocating Artists, Objects and Institutions, 1900–1960

Theme outline

In the production and reception of art, processes of migration play a crucial role. This is particularly true for modernism and the historical avant-gardes of the twentieth century, when artists’ transnational networks and migrations across countries and continents greatly impacted artistic developments. Besides artists and agents such as art dealers and art historians, works of art and art institutions also migrated. For an upcoming issue of Stedelijk Studies, we invite scholars to explore forms of migration and their influence on the development and dissemination of modern art around the world from 1900–1960. Artists migrated to metropolises such as Paris in the twentieth century for inspiration and education, leading to collaborations with colleagues, gallerists, and other art promoters. Artists’ experiences under new and alien circumstances were often reflected in their work. Migrations were not always by choice: artists and art agents were forced into involuntary emigration or exile by colonialist and political developments, such as those prompted by National Socialism. Whatever the impetus, between 1900 and 1960 artists and collectors migrated globally on an unprecedented scale and, along with these migrants, their works of art moved as well. This issue of Stedelijk Studies complements an upcoming exhibition about Migrants in Paris at the Stedelijk Museum Amsterdam (September 2019–January 2020), but will offer an in-depth exploration of migration from a greater variety of angles. We understand migration, just as modernism in the arts, as a global phenomenon. We are looking for theoretical explorations as well as art historiographical approaches and case studies, and especially welcome articles that explore gender, queer, and postcolonial perspectives, among others. Potential topics include:
  • The migrant artist in the metropolis (e.g., centers such as Paris, Berlin, New York, Buenos Aires, São Paolo, Shanghai, Jakarta, etc.)
  • Migration away from such centers in search of the peripheral
  • International and transnational artists’ networks, associations, and collaborations
  • International and transnational art trade and collection building
  • (Inner) emigration vs. exile of artists and art agents
  • (Trade) routes and dislocation of art objects and collections (voluntary or forced)
  • Dislocation/relocation of institutions (e.g., Bauhaus, Warburg)
  • The impact of emigration on the artist’s work and on art history as a discipline
  • Cultural transfer and translation
The thematic issue Modernism in Migration: Relocating Artists, Objects, and Institutions, 1900–1960 will be edited by Dr. Tessel M. Bauduin and Dr. Gregor Langfeld (both of the University of Amsterdam).

Stedelijk Studies

Stedelijk Studies is a high-quality, peer-reviewed academic journal published by the Stedelijk Museum Amsterdam. The journal comprises research related to the Stedelijk collection, exploring institutional history, museum studies (e.g., education and conservation practice), and current topics in the field of visual arts and design.

Submission

Deadline for the abstract is February 20, 2019. Deadline for the article (4,000–5,000 words) is May 20, 2019. Publication of the issue will be in November, 2019. Manuscripts and other editorial correspondence should be sent to: Esmee Schoutens, Managing Editor Stedelijk Studies, stedelijkstudies@stedelijk.nl.
Symposium Bilderijk Museum

Symposium Het Bilderdijk-Museum

Spelen, leven, sterven. Bilderdijk en het gezinsleven

Uitnodiging symposium Vereniging ‘Het Bilderdijk-Museum’

vrijdag 22 februari 2019, 14.00-16.30 uur, Universiteitsbibliotheek Leiden, Vossiuszaal

Programma

14.00
Opening door Gert-Jan Johannes
14.05
‘Jacob de Vos Wzn en Willem Bilderdijk. Twee vroege “striptekenaars” over hun kinderen’
Eveline Koolhaas-Grosfeld
14.30
‘“En hier vliegt hy, om de klucht…”. Bilderdijk als pionier van de luchtreis per vlieger’
Gert-Jan Johannes
14.55
Pauze met koffie en thee
15.15
‘Leven en sterven van Julius Willem Bilderdijk (1798-1818)’
Peter van Zonneveld
15.40
‘Mijn tranen stromen nog. Bilderdijk en zijn vrouw over de dood van hun kinderen.’
Rick Honings
16.05
Aanbieding aan Kurt de Belder (directeur UB Leiden) van het eerste exemplaar van Mijn tranen stromen nog. Willem Bilderdijk en Katharina Wilhelmina Schweikhardt over de dood van hun kinderen, red. Rick Honings en Marinus van Hattum.
ca. 16:30
Sluiting

Belangstellenden worden van harte uitgenodigd deze bijeenkomst bij te wonen.

Informatie over de locatie

Vossiuszaal, Universiteitsbibliotheek Leiden, Witte Singel 27, 2311 BG Leiden. Vanaf Station Leiden Centraal vertrekken diverse bussen die voor de UB Leiden stoppen. Met de auto kunt u het beste terecht op Parkeerterrein Haagweg. Van daaruit vertrekken busjes die u op de Witte Singel kunnen afzetten. Betaald parkeren is ook mogelijk op de Maliebaan, aan de achterzijde van de UB Leiden.

Call for papers: Staging Slavery

Staging Slavery Around 1800

Performances of Slavery and Race from an International Perspective

Ghent, September 18-20, 2019
Deadline for proposals: 15 March 2019

Through the lens of popular white performance and theater, this conference explores the ways in which slavery and race were imagined and debated in the metropoles in an age of significant intellectual and political change (1770-1830). As empire is strongly connected to a nation’s individual past and identity, researchers of eighteenth- and nineteenth-century theater have studied performances of slavery in specific French, German, British, American, Spanish, Portuguese and Dutch contexts. Albeit with attention to important geopolitical specificities, this conference aims to investigate the implications of boundary-crossing discussions about this theme and to move beyond the national framework of analyses that otherwise narrow the understanding of our colonial past and present.

Being the most popular venue of its time, the theater around 1800 was a political arena in which topical matters were discussed. Not only did theater reflect contemporary social and political dynamics, it was a site where alternative narratives were invented and broadcasted. Coinciding with the sentimental episode in Europe, antislavery theater developed strategies to evoke empathy and raise awareness of suffering in order to stimulate audiences to direct opposition to the institution of slavery. Plays such as Inkle and Yarico in London (George Colman, 1787), L’esclavage des noirs in Paris (Olympe de Gouges, 1784), or Monzongo, of de koningklyke slaaf in Amsterdam (Nicolaas S. van Winter 1774) challenged authorities and had a lasting impact on their audiences. Reading these plays today, however, reveals how abolitionism went hand in hand with (underlying) notions of black inferiority and white supremacy.

We invite contributions concentrating on the role of theater and performance culture in the spread of abolitionist ideologies and narratives, but also on how these productions (re)established colonial power relations and how theater became proxy for blatant racist and imperialist exploitations of the colonized and enslaved body. Submissions may seek to explore the following research areas/questions:

  • How was the enslaved body represented through national and international theatrical conventions;
  • In what ways was theater itself shaped by global politics and events in the colonies (e.g. slave uprisings or antislavery politics);
  • What was the role of theater and performance in the migration of abolitionist ideologies and narratives across national borders;
  • What were the dramatic functions of characters of color and what was their relationship to evolving assumptions on race and empire;
  • How did the practices and meanings of blackface performance expand and modify over time; what was the relationship between blackface ridicule and abolitionism;
  • In what ways were slavery and race performed outside the playhouse (e.g. at slave auctions, fun fairs, the parliament);
  • Can performance theory and postcolonial studies help us in investigating these theatrical representations of race and slavery?

Please submit your proposal (300-word abstract) for a 20-minute paper no later than March 15, 2019. Proposals should include your name, academic affiliation and a brief curriculum vitae, and be sent to the conference organizers sarah.adams@ugent.be and wsutherland@ncf.edu.

De Moderne Tijd 2018, nr. 2

Speciale voorpublicatie: ‘Onder de huid van Zwarte Piet’

In Moderne Tijd 2, nr. 2 verschijnt een artikel van Hanneke Nap, Iris van der Zande, Eelco Kramer en Gonda van den Heuvel, getiteld ‘Onder de huid van Zwarte Piet. (Schrik)figuren rond het Sint-Nicolaasfeest in de negentiende eeuw’, waarin zij constateren dat zowel voor- als tegenstanders van Zwarte Piet in het sterk gepolariseerde debat hun standpunt baseren op zijn oorsprong. Op basis van hun onderzoek concluderen zij echter dat het personage van Zwarte Piet geen eenduidige herkomst heeft en verschillende interpretatiemogelijkheden in zich draagt, en dat het antwoord op de vraag naar zijn betekenis en vermeende racistische karakter niet zozeer in zijn oorsprong, maar in zijn receptie moet worden gezocht.

Wij bieden dit artikel alvast aan als speciale voorpublicatie, zodat deze bijdrage aan het zwartepietendebat nog ruim vóór 5 december beschikbaar is. Het kan worden gedownload van onze website: http://demodernetijd.nl/nummers/dmt-2018-2/.

Nummer 2 van De Moderne Tijd is inmiddels naar de drukker verzonden en verschijnt binnen enkele weken bij de abonnees.

Migratie en identiteit

Jaarcongres De Moderne Tijd 2018

Migratie en identiteit

Amsterdam, vrijdag 14 december 2018 Universiteitsbibliotheek (Singel 425), Doelenzaal

Migratie is een van de meest besproken thema’s op dit moment. Door velen in het publieke debat wordt de migratiesamenleving gezien als een nieuw fenomeen en een breuk met de voorgaande eeuwen. Tegelijkertijd wordt het beeld van Nederland als een van oudsher gastvrij land nog steeds gehuldigd. De interdisciplinaire werkgroep De Moderne Tijd (voorheen De Negentiende Eeuw) organiseert op 14 december 2018 het jaarcongres Migratie en identiteit. In dit congres onderzoeken we de betekenis van migratie voor de negentiende en vroege twintigste eeuw. Veel historisch onderzoek naar migratie wordt gedaan door sociale en economische historici. De aandacht gaat hierbij meestal uit naar structurele processen en veranderingen. Op dit congres staat juist de culturele dimensie en de relatie tussen migratie en identiteitsvorming in de moderne tijd (ca. 1780-1940) centraal. Een divers gezelschap van sprekers zal ingaan op de ervaringen van de migranten zelf, maar ook van de samenleving die de migranten ontvangt of juist ziet vertrekken. Was migratie evenzeer bepalend voor identiteitsvorming als tegenwoordig of zijn de verhalen van en over migranten juist heel anders dan nu?

Programma

10:10-10:15
Welkom voorzitter
10:15-10:45
‘Immigratie, integratie en identiteit in Nederland: ups en downs c. 1780-1940’
Jan Lucassen
11:45-11:00
Koffie
11:00-11:30
‘Migratie, belonging en beleid in de Zuidelijke Nederlanden: België, c. 1780-1914’
Anne Winter
11:30-12:00
‘Duitse gastvrijheid in Leiden. Werk, leven en integratie van twee Duits-Lutherse herbergiersfamilies in het Heerenlogement aan de Burcht (c. 1750-1820)’
Vincent van Zuilen
12:00-13:00
Lunchpauze
13:00-13:30
‘J.J. Eeckhout, een Belgische schilder in Den Haag (1831-1844)’
Anna Rademakers
13:30-14:00
‘Trans-Atlantisch verbonden. Communicatie via prentbriefkaarten tussen landverhuizers in Amerika en achterblijvers in Europa, c. 1900-1940’
Marie-Charlotte Le Bailly
14:00-14:30
Koffie en thee
14:30-15:00
‘Duitse vluchtelingen in Nederland. Wijzigingen in het beleid van de Nederlandse regering in de periode 1914 tot 1951’
Angela Boone
15:00-15:30
‘Migranten rond het Achterhuis van Anne Frank’
Gertjan Broek
15:30-16:00
‘Fenix: de plek waar landverhuizers een gezicht krijgen’
Wim Pijbes
16:00-17:00
Slotconversatie
17:00-18:00
Borrel

Aanmelden

Kosten voor de dag: €25 (studenten en promovendi €15) inclusief lunch. Let op: ter plekke gepast contant te betalen. Opgeven s.v.p. vóór 7 december 2018 bij de secretaris van de werkgroep Marjet Brolsma: M.Brolsma@uva.nl.
Lotte Jensen

Oratie Lotte Jensen: ‘Wij tegen het water’

Wij tegen het water. Een eeuwenoude strijd

Prof. dr. Lotte Jensen hoogleraar aan de Radboud Universiteit / Faculteit der Letteren met de leeropdracht Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis zal in een academische zitting op vrijdag 2 november 2018 om 15.45 uur precies haar ambt aanvaarden, met het uitspreken van haar rede getiteld: ‘Wij tegen het water. Een eeuwenoude strijd’.

Over de spreker

Lotte Jensen studeerde Nederlands en Wijsbegeerte in Utrecht. In 2001 promoveerde zij aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift getiteld ‘Bij uitsluiting voor de vrouwelijke sekse geschikt’. Vrouwentijdschriften en journalistes in de achttiende en negentiende eeuw. Daarna werkte zij enkele jaren als docent aan de Universiteit Utrecht, onder andere bij de opleidingen Taal- en Cultuurstudies en Liberal Arts & Sciences. Tussen 2005 en 2008 was zij als postdoc-onderzoeker verbonden aan de afdeling moderne Nederlandse letterkunde van de Universiteit van Amsterdam. In 2007 begon ze ook als docent historische Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit. In het collegejaar 2010-2011 was ze verbonden als gasthoogleraar aan de Universiteit Gent (België). Ze verkreeg in 2011 een NWO-Vidi subsidie voor het project ‘Proud to be Dutch’, waarin de Nederlandse identiteitsvorming tussen 1648 en 1815 in relatie tot oorlog en vrede centraal stond. Momenteel werkt ze met een team onderzoekers aan haar Vici-project ‘Dealing with Disasters. The Shaping of Local and National Identities in the Netherlands, 1421-1890’.

Het onderzoek van Jensen spitst zich toe op de Nederlandse cultuurgeschiedenis (1600-1900), met speciale aandacht voor nationale identiteitsvorming en nationalisme.

Aanmelden

U kunt zich aanmelden tot 22 oktober a.s. via www.ru.nl/jensen. Na uw aanmelding ontvangt u enkele dagen voor de oratie een toegangsbewijs. Op vertoon hiervan heeft u toegang tot de zaal.

Van Lennep Lezing Marita Mathijsen

Negende Jacob van Lenneplezing door Marita Mathijsen

Ken ik u ergens van? De lezer van de negentiende eeuw

Donderdag 4 oktober 2018 om 20u in Spui25 te Amsterdam

Sinds Bernt Luger 37 jaar geleden de revolutionaire vraag stelde: ‘Wie las wat in de negentiende eeuw?’, zijn de mogelijkheden om die te beantwoorden enorm toegenomen: persoonlijke getuigenissen uit dagboeken en briefwisselingen zijn nu digitaal beschikbaar, net als krantenadvertenties voor boeken. Maar wat zeggen die precies? Multatuli klaagde erover dat er geen advertenties van Max Havelaar verschenen en toch kan zijn boek een van de invloedrijkste van de eeuw genoemd worden. Niet dat een lijst van invloedrijke boeken gemakkelijk valt samen te stellen. Moeten De brave Hendrik van Nicolaas Anslijn en De opkomst van de Nederlandsche Republiek van John Lothrop Motley er op komen? Of waren er misschien boekjes die in zeer kleine oplagen onder de toonbank verspreid werden en toch ook invloed hadden? Wat betekenden boeken voor de negentiende-eeuwer dan eigenlijk? Vanuit de Verlichting was hij gewend aan kennisvermeerderende boeken, maar in de negentiende eeuw heeft de roman wellicht andere lezers voortgebracht dan de spectatoriale geschriften en ontologische dichtbundels van de eeuw daarvoor. Met haar zoektocht naar de negentiende-eeuwse lezer verkent Marita Mathijsen nieuwe mogelijkheden voor de literatuurgeschiedenis – niet met waarde en originaliteit als uitgangspunten, maar wel de lezer en wat hem echt intrigeerde en bewoog.

De spreker

Prof. dr. em. Marita Mathijsen is de biograaf van Jacob van Lennep. Jacob van Lennep. De bezielde schavuit staat dit jaar op de longlist van de Libris Geschiedenis Prijs en de shortlist van de Nederlandse Biografieprijs.

De liefde voor het lezen en voor de negentiende eeuw heeft zij als hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de UvA altijd uitgedragen. Dat blijkt uit De gemaskerde eeuw (2002) en Nederlandse literatuur in de Romantiek (2004) en uit haar werk als tekstbezorger (onder meer Jacob van Lenneps De zomer van 1823, samen met Geert Mak). De liefde voor het verleden stond centraal is Historiezucht (2013) en meerdere essaybundels.

Aanmelden

De lezing is gratis toegankelijk, maar u dient zich wel vooraf aan te melden. Dat kan via www.spui25.nl.

De Jacob van Lenneplezing keert jaarlijks op de eerste donderdag van oktober terug en wil de Nederlandse literatuur en cultuur van de negentiende eeuw onder de publieke aandacht blijven brengen. Zij is in het leven geroepen bij gelegenheid van het afscheid van Marita Mathijsen als hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam.

Aimé-Jules Dalou, Brotherhood (La fraternité), 1883, plaster. Paris, city hall of the Xth arrondissement. Credit: Wikimedia Commons / CC BY-SA 3.0 / photo by Coyau.

Conferentie Male Bonds in Nineteenth-Century Art

15-16 May 2018, Museum of Fine Arts, Ghent

Male Bonds is a two-day international conference organized by Ghent University and the European Society for Nineteenth-Century Art (ESNA); in cooperation with the University of Antwerp and the Museum of Fine Arts, Ghent; and with the support of the Research Foundation Flanders (FWO), of Radboud University’s Institute for Historical, Literary and Cultural Studies, of the Dutch Postgraduate School for Art History (OSK) and of the Netherlands Institute for Art History (RKD).

This conference will probe, challenge and expand upon the academic narrative of male homosociality through the lens of art history. It aims to establish an overview of a variety of male bonds that underpinned nineteenth-century art, and to consider the theoretical and methodological implications of the study thereof. In so doing, it seeks to build a bridge between traditional art-historical scholarship and the fields of gender and gay and lesbian studies: an interdisciplinary exchange of which the full potential for scholarship on the nineteenth century remains to be exploited.

For more information, see the conference website: http://www.malebonds.ugent.be/ or the event's Facebook page: https://www.facebook.com/events/599483510426231/.

Migratie en identiteit

Call for Papers Jaarcongres 2018: ‘Migratie en identiteit’

Migratie en identiteit

Migratie is een van de meest besproken thema’s op dit moment. Door velen in het publieke debat wordt de migratiesamenleving gezien als een nieuw fenomeen en een breuk met de voorgaande eeuwen. Tegelijkertijd wordt het beeld van Nederland als een van oudsher gastvrij land nog steeds gehuldigd. In dit congres onderzoeken we de betekenis van migratie voor de negentiende en vroeg twintigste eeuw. Veel historisch onderzoek naar migratie wordt gedaan door sociale en economische historici. De aandacht gaat hierbij meestal uit naar structurele processen en veranderingen. Op dit congres willen we vooral aandacht besteden aan de culturele dimensie en de relatie tussen migratie en identiteitsvorming in de moderne tijd (ca. 1780-1940). Centraal staan de ervaringen van de migranten zelf, maar ook van de samenleving die de migranten ontvangt of juist ziet vertrekken. Was migratie evenzeer bepalend voor identiteitsvorming als tegenwoordig of zijn de verhalen van en over migranten juist heel anders dan nu? In hoeverre werd er bijvoorbeeld gesproken over een ‘multicultureel drama’ in de moderne tijd? Welke bijdragen leverden migranten aan de vorming van de Nederlandse en Belgische nationale identiteit? Welke rol speelt de vluchtelingenproblematiek in de negentiende en vroege twintigste eeuw? En welke historische bronnen hebben we tot onze beschikking om deze verhalen te reconstrueren?

Subthema’s

  • Migratie en nationale identiteit
  • Ervaringen & egodocumenten migranten
  • Ballingschap en asiel
  • Migratie en percepties van (nationale) veiligheid
  • Opvang van migranten
  • Maatschappelijke debat
  • Culturele beeldvorming over migratie
  • Bijdragen van geïmmigreerde kunstenaars en schrijvers aan de nationale identiteit
  • Juridische status migranten en vluchtelingen
  • Religie, kerk en migratie

Wij nodigen sprekers uit voor een lezing van 20 minuten, te houden op ons congres van vrijdag 14 december 2018 in Amsterdam.

Abstracts van max. 150 woorden kunnen worden ingeleverd tot 15 juni as. bij de secretaris van de werkgroep Matthijs Lok: M.M.Lok@uva.nl.

De indieners krijgen voor 1 augustus bericht van het bestuur van de werkgroep de Moderne Tijd.