Einde van de adelscultuur?

CfP: Einde van de adelscultuur?

Einde van de adelscultuur? Adellijke strategieën om te overleven (1918-1950)

Op 29 en 30 oktober 2020 houdt de Nederlands-Duitse Kring voor Adelsgeschiedenis op kasteel Doorwerth een symposium over het thema ‘Einde van de adelscultuur? Adellijke strategieën om te overleven (1918-1950)’.

De troonsafstand van de keizer in 1918 en zijn vlucht naar Nederland stortten de Duitse adel in een diepe crisis. De nieuwe grondwet van Weimar betekende zelfs de afschaffing van de adel als publieke institutie. Ook in Nederland, waar edelen sinds 1848 nauwelijks nog formele privileges genoten, had het einde van de Eerste Wereldoorlog aanzienlijke gevolgen. Adellijke families behoorden hier rond 1900 weliswaar nog altijd tot de politieke, sociale en culturele elite, maar de invoering van algemeen kiesrecht en democratisering op bijna alle maatschappelijke terreinen, de institutionele ontvlechting van adel, monarchie, kerk en leger, de crisis in de landbouw en de invoering van nieuwe belastingen leidden net als in Duitsland in de jaren 1920 en 1930 tot een ‘identiteitscrisis’ die een heroriëntatie noodzakelijk maakte. Sommige Nederlandse edellieden toonden zich sceptisch over de nieuwe democratische maatschappij. In Duitsland waren antidemocratische opvattingen onder de adel veel heftiger en ook veel wijder verbreid. De relatie tussen adel en nationaalsocialisme is nog altijd een gevoelige kwestie in de Duitse en Nederlandse geschiedschrijving.

Het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945 betekende een tweede keerpunt in de adelsgeschiedenis van de 20e eeuw. In de DDR kregen adellijke families te maken met onteigeningen en verbanningen. Veel minder bekend is de onteigening van Duitsers in Nederland op grond van een besluit uit 1944 van de regering in ballingschap met betrekking tot de confiscatie van vijandelijke vermogens. Na de oorlog bleken Nederlandse adellijke grootgrondbezitters nog nauwelijks in staat hun landgoederen bijeen te houden. De meesten van hen besloten hun kastelen en landhuizen te verkopen, onder te brengen in een stichting of over te dragen aan monumenten- of natuurbeschermingsorganisaties. De eerste initiatieven voor het behoud van kastelen en landgoederen dateren uit de periode vóór de oorlog, maar na 1945 versnelde dit proces aanzienlijk. Betekenden al deze ontwikkelingen het einde van de adelscultuur in Duitsland en Nederland?

Traditioneel richtte het adelsonderzoek zich op de periode vóór 1918. In het laatste decennium is de wetenschappelijke belangstelling voor de adelsgeschiedenis van de 20e eeuw echter sterk toegenomen. Het 6e symposium van de Duits-Nederlandse Kring voor Adelsgeschiedenis wil de positie van de adel in een ‘ontadellijkte samenleving’ vanuit een interdisciplinair en vergelijkend perspectief benaderen. Welke strategieën volgden adellijke personen, families en organisaties in Duitsland en Nederland om sociaal, politiek en cultureel te overleven ná de Eerste Wereldoorlog (de ‘Grote Catastrofe’ van de 20e eeuw)? De thematiek van het symposium beperkt zich nadrukkelijk niet slechts tot mensen en instituties. Ook de zorg voor het culturele en materiële erfgoed van de adel is een belangrijk aandachtsgebied.

Voordrachten tijdens het symposium kunnen worden gehouden in het Duits, Nederlands of Engels. Wilt u een presentatie verzorgen, dan nodigen wij u van harte uit om vóór 22 april a.s. een korte samenvatting (max. 250 woorden) te sturen naar een van onderstaande adressen. U kunt hier ook terecht voor nadere inlichtingen over het symposium.

Johan Seekles
Archivaris
Historisch Centrum Overijssel
Eikenstraat 20
8021 WX Zwolle
j.seekles@historischcentrumoverijssel.nl

Dr. Conrad Gietman
Wetenschappelijk Medewerker
Hoge Raad van Adel
Nassaulaan 2b, Den Haag
2514 JS Den Haag
gietman@hogeraadvanadel.nl

Dr. Gunnar Teske
LWL-Archivamt für Westfalen
Jahnstr. 26
D-48147 Münster
gunnar.teske@lwl.org

Voor meer informatie over de Nederlands-Duitse Kring voor Adelsgeschiedenis, zie hier.

Niels Rode, Portret van Baronesse de Lannoy (1738-1782), 1778. Collectie Het Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch, in langdurig bruikleen aan Museum de Roos, Geertruidenberg.

13/12 Bilderdijk-lezing Maaike Meijer

Bilderdijk-lezing 2019

‘Triumf! ik ben voldaan, ik zal onsterfelijk zijn.’

Maaike Meijer

Vrijdag 13 december 2019
Grote of St. Bavokerk op de Grote Markt in Haarlem
Dichter van Dienst: Maria Barnas brengt een ode aan Bilderdijk

Willem Bilderdijk (1756-1831) woonde de laatste vier jaar van zijn leven in Haarlem. In navolging van Leiden (de Huizinga-lezing) organiseert Stichting Bilderdijk Haarlem sinds 2006 tweejaarlijks de Bilderdijk-lezing. Eerdere lezingen werden gehouden door Piet Gerbrandy, Marita Mathijsen, Peter van Zonneveld, Eric M. Moormann, Rick Honings en Joost Swarte.

Neerlandica en literatuurwetenschapper Maaike Meijer verzorgt de zevende Bilderdijk-lezing. Bilderdijk was een dichter die de literatuur van zijn tijd ‘stempelde’ en die vele kunstbroeders beïnvloedde. Maar om hem heen wemelde het ook van kunstlievende landgenotes en vrouwen die de dichtkunst net zo enthousiast en aanstekelijk beoefenden. Onder hen waren Bilderdijks echtgenote Katharina Wilhelmina Schweickhardt en de wat oudere Juliana Cornelia de Lannoy, die behalve kundig en geleerd ook uitermate geestig was. In 1774 nam zij een bekroning door het dichtgenootschap Kunstliefde Spaart Geen Vlijt in ontvangst met de woorden: ‘Triumf! ik ben voldaan, ik zal onsterfelijk zijn’. De geamuseerde spot kon niemand ontgaan. In haar lezing getiteld ‘Triumf! ik ben voldaan, ik zal onsterfelijk zijn’ laat Maaike Meijer u kennismaken met deze ‘Annie M.G. Schmidt van de achttiende eeuw’ en haar tijdgenotes. Ze geeft een beeld van leven en werk van een aantal belangrijke dichtende vrouwen in Bilderdijks tijd en een kijkje in de toenmalige literaire sekseverhoudingen.

Het is inmiddels traditie dat na de lezing een hedendaags dichter een hommage brengt aan de wonderlijke alleskunner Bilderdijk. Deze keer is Maria Barnas Dichter van Dienst.

Na afloop zullen er kransen worden gelegd op het graf van Willem Bilderdijk

Inloop vanaf 16.00 uur. Aanvang 16.30 uur. Entree slechts 5 euro. Reserveer nu via: https://bavovrienden.avayo.nl/transactions/new/75891. Voor het laatste nieuws: www.facebook.com/Bilderdijk en www.bilderdijk.org.

Afbeelding: Niels Rode, Portret van Baronesse de Lannoy (1738-1782), 1778. Collectie Het Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch, in langdurig bruikleen aan Museum de Roos, Geertruidenberg.

Digitale Boekzaal

Nieuw: De Digitale Boekzaal

Vanaf vandaag worden de recensies uit de Boekzaal der Geleerde Wereld, de recensierubriek van De Moderne Tijd, online beschikbaar gemaakt op de website. Zo worden de recensies beter en eerder vindbaar, om geïnteresseerden zo beter op de hoogte te houden van de laatste publicaties met betrekking tot de geschiedenis en cultuur van de Lage Landen tussen 1780 en 1940. De recensies zullen als voorheen ook gewoon in het tijdschrift blijven verschijnen.

Klik hier voor de nieuwe, digitale Boekzaal der Geleerde Wereld!

Pieter Gerardus van Os, De buskruitramp te Leiden, 12 januari 1807, ca. 1807. Rijksmuseum, RP-T-00-2059.

20/12 Congres DMT: Rampzalig Nederland

Rampzalig Nederland. De omgang met rampen in Nederland en Vlaanderen, 1780-1940

Vrijdag 20 december 2019
Universiteitsbibliotheek (Singel 425), Doelenzaal, Amsterdam

In de periode 1780-1940 deden zich in Nederland en Vlaanderen tal van rampen voor die een ontwrichtende invloed hadden op de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan de Leidse buskruitramp van 1807 en de grootschalige rivieroverstromingen van 1809, 1820, 1855 en 1861. Ook in de koloniën waren rampen als vulkaanuitbarstingen en watersnoden terugkerende fenomenen. Door de opwarming van de aarde en de toenemende dreiging van klimaatrampen heeft het historisch onderzoek naar rampen en rampverwerking een hoge vlucht genomen. Het besef is doorgedrongen dat rampen een grote en vaak blijvende invloed hebben gehad op de ontwikkeling van lokale en nationale gemeenschappen.

De interdisciplinaire werkgroep De Moderne Tijd (voorheen De Negentiende Eeuw) organiseert op vrijdag 20 december 2019 het jaarcongres ‘Rampzalig Nederland. De omgang met rampen in Nederland en Vlaanderen, 1780-1940’. Een diverse groep sprekers zal haar licht laten schijnen over verschillende aspecten van de omgang met rampen in de moderne tijd. Hoe werden rampen gerepresenteerd in culturele media, zoals literatuur, gedenkboeken, kranten, schilderijen, prenten en kaarten? Hoe kwamen solidariteit en liefdadigheid tot uiting? Wanneer was er bij een rampspoedige gebeurtenis sprake van een ‘nationale ramp’? Welke invloed was er op geloof in God en goddelijke voorzienigheid?

Aanmelden

Aanmelden kan tot 10 december 2019 bij Marjet Brolsma (M.Brolsma@uva.nl). Kosten: €25,-, inclusief lunch, ter plekke te voldoen. Voor studenten en promovendi is er een gereduceerd tarief van €15,-.

Programma

09:30-10:00 Inloop met koffie en thee
10:00-10:15 Inleiding door dagvoorzitter Lotte Jensen (RU)
10:15-11:30 Sessie I: Hulpverlening en gemeenschapsvorming

Erica Boersma (UL)
‘Solidariteit met verre vreemden: hulpverlening bij stads- en dorpsrampen in de achttiende-eeuwse Republiek’

Alicia Schrikker (UL) en Sander Tetteroo (UL en Universitas Gadjah Mada, Yogyakarta)
‘De politiek culturele beleving van natuurrampen in koloniaal Indonesië, ca. 1840-1940’

Ruben Ros (UU)
‘Van naderend onheil naar actuele crisis: een digitale begripsgeschiedenis van de nationale ramp (1750-1850)’

11:30-12:00 Intermezzo: Objecten van herinnering

Arti Ponsen
‘Relieken van de Leidse Buskruitramp (1807)’

Bram Vannieuwenhuyze (UvA)
‘Traumakaarten en/of getraumatiseerde cartografen?’

12:00-13:00 Lunchpauze
13:00-14:15 Sessie II: Beeldvorming

Marita Mathijsen (UvA)
‘Ten voordeele van…’. Liefdadigheidsuitgaven in de negentiende eeuw.

Fons Meijer (RU)
‘Vorst in het vizier. Beeldvorming rond Oranjemonarchen na rampen, 1815-1948’

Ron Brand (Maritiem Museum Rotterdam)
‘Empathie of sensatiezucht? De scheepsramp van de ‘Berlin’ in 1907 en de nasleep ervan’

14:15-14:30 Muzikaal intermezzo
Lotte Jensen (RU)
Het Watersnood-Wilhelmus
14:30-15:00 Pauze
15:00-16:00 Sessie III: Grensoverschrijdende rampen

Rick Honings (UL) en Judith Bosnak (Goethe Universiteit, Frankfurt)
‘De uitbarsting van de Krakatau (1883). De letterkundige verwerking in Nederland en Indonesië’

Antoon Kuijpers (Geological Survey of Denmark and Greenland, Kopenhagen) en Hans Beelen (Carl von Ossietzky Universität, Oldenburg)
‘Door het ijs bezet. Onfortuinlijke reizen ter walvisvaart in de achttiende en negentiende eeuw: oorzaken en literaire verwerking’

16:00-16:30 Slotlezing

Jan Wim Buisman (UL)
‘Onweer. Van straf Gods tot verheven schouwspel’

16:30-17:00 Slotdiscussie
17:00-18:00 Borrel
Van Lennep-lezing Aerts

3/10 Van Lenneplezing Remieg Aerts: Politieke typen

Tiende Jacob van Lennep-Lezing
3 oktober 2019, 20:00-21:30
In samenwerking met de Faculteit der Geesteswetenschappen

Politieke typen. Over de omgang met politiek in de negentiende eeuw

De Amsterdamse notabel en schrijver Jacob van Lennep was van 1853 tot 1856 Kamerlid voor het district Steenwijk. Hij zat tegelijk in de Kamer met Johan Rudolf Thorbecke, die net door de Aprilbeweging van 1853 was afgetreden als minister. Achter de regeringstafel zat nu Floris Adriaan van Hall. Drie tijdgenoten, maar tegelijk drie persoonlijkheden die een heel verschillende opvatting van politiek representeerden.
Politiek is zelf een door en door historisch fenomeen – en dan niet alleen de gebeurtenissen, maar ook het fenomeen als zodanig. Hoe zag ‘politiek’ er eigenlijk uit in de negentiende eeuw, voordat er politieke partijen bestonden, en duidelijke ideologische programma’s? Het kiesrecht was beperkt tot een selecte groep en de overheid beschikte nog over weinig middelen om beleid te voeren. Wat betekende het dan om politicus te zijn? In deze lezing wordt nagegaan wat men zich toentertijd voorstelde bij politiek en welke plaats politiek had in het leven en de waardering van burgers. In de negentiende-eeuwse letterkunde waren ‘typen’ populair. De opvattingen over politiek zullen naar voren komen in figuren als Van Lennep, Thorbecke, Van Hall of Multatuli.

Evenement

De Jacob van Lennep-lezing keert jaarlijks op de eerste donderdag van oktober terug en beoogt de Nederlandse literatuur en cultuur van de negentiende eeuw onder de publieke aandacht te brengen. Zij is in het leven geroepen bij gelegenheid van het afscheid van Marita Mathijsen als hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam.

Over de spreker

Prof. dr. Remieg Aerts is hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de UvA. Al jaren speelt hij een grote rol in het onderzoek naar de politieke cultuur van het moderne Nederland. Vorig jaar verscheen van hem het alom geprezen en bekroonde Thorbecke wil het. Biografie van een staatsman.

Aanmelden

U kunt zich aanmelden op de site van SPUI25. Toegang tot de activiteiten van SPUI25 is gratis. Aanmelden is niet vrijblijvend. Wij rekenen op uw komst. Bent u verhinderd, dan graag doorgeven via spui25@uva.nl | T: 020 525 8142.

Staging Slavery

Staging Slavery: Programma en registratie

Van 18-20 september vindt in Gent het internationale congres “Staging Slavery around 1800” plaats. Op het programma staan tal van bijdragen over de representatie van koloniale slavernij in het theater van 1770-1830, en een gesprek tussen drie hedendaagse theatermakers en -spelers over de relatie tussen theater en (de)kolonisering. Iedereen is welkom, maar registreren is verplicht. Voor meer informatie, zie: https://www.stagingslavery.ugent.be/

Van Lennep

Reisverslagen Van Hogendorp en Van Lennep weer online

In de zomer van 1823 maakten Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp een voetreis door Nederland. Allebei hielden ze nauwkeurig aantekeningen bij, die werden vastgelegd in reisverslagen. Van Lennep stuurde zijn verslag in brieven aan zijn zus Antje. Later heeft hij deze brieven twee keer bewerkt tot een dagboek. In 1942 verzorgde M. Elisabeth Kluit onder de titel Nederland in den goeden ouden tijd er de eerste uitgave van. Van Hogendorps verslag is nog nooit op papier gepubliceerd.

In het verleden hebben Marita Mathijsen en Karin Hooogeland diplomatische edities van de beide reisverslagen gepubliceerd op een website die inmiddels afgesloten is. Het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis heeft ze nu weer online toegankelijk gemaakt op de website De voetreis van Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp in 1823, https://resources.huygens.knaw.nl/lennep/

Romantici en revolutionairen

11/9 Romantici en Revolutionairen

Tinbergenzaal, Trippenhuis, Kloveniersburgwal 29, Amsterdam
11 september, 15:30 – 17:30 uur

Vijf hedendaagse schrijvers/schrijvende wetenschappers gaan in op hun favoriete prototype auteur en reflecteren op de hedendaagse rol van schrijvers in de samenleving. Wat is de rol van de hedendaagse schrijver? Wil hij of zij de wereld veranderen en politiek engagement nastreven? Of is het juist beter afstand te nemen en kunst om de kunst te maken? En welke tussenposities zijn mogelijk?

Wie naar de achttiende en negentiende eeuw kijkt, vindt allerlei prototype schrijvers die vandaag de dag nog steeds bestaan. Zo zijn er de revolutionairen, die de wereld wilden verbeteren. Denk aan opruiende schrijvers als Bellamy of Multatuli. Maar er waren ook dichters die zich tegen de meer maatschappelijk gerichte auteurs afzetten. De Tachtiger Willem Kloos vatte die houding in een pakkende versregel samen: ‘Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten’.

Sprekers

Abdelkader Benali, Maarten Doorman, Marita Mathijsen, Nelleke Noordervliet en Marleen de Vries

Muzikale omlijsting

Eveline de Bruin

Aanbieding boek

Aanleiding voor deze bijeenkomst is de verschijning van de nieuwe literatuurgeschiedenis Romantici en revolutionairen. Literatuur en schrijverschap in Nederland in de achttiende en negentiende eeuw van Lotte Jensen en Rick Honings. Dit rijk geïllustreerde boek stelt de positie van de auteur in de samenleving centraal: van domineedichter tot humorist, van idealist tot sentimentalist en van nationalist tot feminist. Anne Vegter ontvangt het eerste exemplaar.

Toegang

Toegang is gratis, aanmelden via: https://akademievankunsten.nl/nl/agenda/literatuurlezing-akademie-van-kunsten-romantici-en-revolutionairen

Renoir

Frictions and friendships. Cultural encounters in the nineteenth century

ESNA Conference 2019

The Hague, Netherlands Institute for Art History (RKD): 19 & 20 June 2019
Organised by ESNA (European Society for Nineteenth-Century Art), RKD – Netherlands Institute for Art History, The Hague and NWO (Netherlands Organisation for Scientific Research)

The exhibition The Dutch in Paris, which was on show in the Van Gogh Museum, Amsterdam and in the Petit Palais, Paris during the fall of 2017 and spring of 2018 respectively, aimed to visualize the artistic exchange between Dutch and French artists between 1789 and 1914. As part of a larger research project, set up by the RKD – Netherlands Institute for Art History, the exhibition generated so much response that ESNA, in collaboration with the RKD and NWO, decided to organize an international conference on the subject, focusing specifically on international as well as national and local points of encounter and how they facilitated artistic exchange.

Vincent van Gogh wrote in 1883: ‘I would certainly very much like to spend some time in Paris, because I believe I would get the friction [in Dutch: ‘wrijving’] with artists that I’ll have to have at some point’. Van Gogh used the word ‘friction’ in a positive sense, as an encounter in which he could learn and develop his ideas and his art. Peter Burke defined encounters as information and objects that flow in different directions, even if unequally. He noted that ‘Ideas, information, artefacts and practices are not simply adopted but on the contrary, are adapted to their new cultural environment. They are first decontextualized and then recontextualized, domesticated or localized. In short, they are translated’.

Burke, however, does not address the strategy and process of encounters. In his quest for friction, Van Gogh sought the utopia of a shared workspace but ended up with broken friendships. Frictions and encounters can abrade and chafe but can nevertheless lead to artistic exchange. The various processes involved in the realization of artistic exchange might have friendship at their base but can just as easily be born out of more antagonistic points of view. This paradox, which can be tested through, for example, theories of friendship, hospitality, solidarity, communication, and productive conflict, among others, is what we want to explore during the conference.

Please click here for the full programme
Tickets are available via the RKD webshop.

Tentoonstelling: Het verleden verheerlijkt

Het verleden verheerlijkt
De Gouden Eeuw door negentiende-eeuwse kunstenaars verbeeld

Museum Paul Tetar van Elven, Delft, 7 april t/m 29 september 2019

In dit museumjaar dat in het teken staat van Rembrandt en de Gouden Eeuw, zijn alle ogen gericht op ons roemrijke en minder roemrijke verleden. Museum Paul Tetar van Elven, voormalig woonhuis van de 19e-eeuwse schilder, sluit zich daarbij aan, zij het op bijzondere wijze: hier kijken we niet terug vanuit het heden, maar vanuit de 19e eeuw en wel door de ogen van Tetar van Elven (1823-1896) en zijn collega’s.

Dankzij een bruikleen van het Amsterdam Museum is deze zomer een veertigtal schilderijen te zien uit de ‘Historische Galerij de Vos’, een project van de 19e-eeuwse Amsterdamse kunstverzamelaar en -beschermer Jacob de Vos Jacobszoon. Deze liet tussen 1850 en 1863 dertig jonge kunstenaars, waaronder Paul Tetar van Elven, olieverfschetsen maken als een doorlopend beeldverhaal van de vaderlandse geschiedenis vanaf het jaar 40. Dit om de belangstelling levend te houden voor de “roemrijke, evenals leerrijke ontwikkeling van het Nederlandsche volk” en om steun te verlenen aan jonge beoefenaars van de historiekunst.

Dit beeldverhaal kreeg vorm in maar liefst 253 schilderijen van ca. 40×50 cm. waarvan 11 van de hand van Tetar, en 10 kleine beeldjes. De Vos presenteerde ze met een beschrijvende catalogus van eigen hand in het tuinpaviljoen achter zijn huis aan de Herengracht. Ze bleven daar tot 1884, waarna ze met het in onbruik raken van de historieschilderkunst als gedateerd en artistiek oninteressant geleidelijk in museumdepots verdwenen. Hun educatieve waarde was daarmee nog niet ten einde, getuige een driedelige geschiedenispublicatie uit 1906 waarin de voorstellingen als illustraties dienden.

Geheel conform de regels van de 19e-eeuwse historiekunst ging het ook hier om de opwekking van vaderlandsliefde en -trots door de uitbeelding van voorbeeldige perioden en loffelijke daden van het voorgeslacht. De Vos wilde speciaal laten zien hoe uit samenwerking tussen verschillende, ooit vijandige, partijen een krachtige nationale eenheid kon ontstaan. Samenzweringen, volksoproeren, belegeringen, zeeslagen en zegevierende of heldhaftig sneuvelende helden: ze zijn zo dramatisch en theatraal mogelijk in beeld gebracht.

Het hoofdaccent ligt uiteraard op de Tachtigjarige oorlog en onze Gouden Eeuw, met Tromp en De Ruyter en onze andere zeehelden als de verdedigers van onze vrijheid.

Galerij de Vos illustreert daarmee bij uitstek de 19e-eeuwse visie op de eigen geschiedenis. In die periode werden de nationale helden en mythen over de Nederlandse ‘identiteit’ geschapen, die juist nú volop ter discussie staan, sterker: tot onoverbrugbare meningsverschillen leiden. Voor Museum Tetar van Elven aanleiding om juist in dit herdenkingsjaar te illustreren dat elke tijd zijn eigen beeld van de geschiedenis produceert.

Meer informatie op de website (www.tetar.nl)