Pieter Gerardus van Os, De buskruitramp te Leiden, 12 januari 1807, ca. 1807. Rijksmuseum, RP-T-00-2059.

CfP Jaarcongres: Rampen (GEWIJZIGDE DATUM: 20/12)

Call for papers

Rampzalig Nederland

De omgang met rampen in Nederland en Vlaanderen, 1780-1940

Congres Werkgroep ‘De Moderne Tijd’ NB: datum gewijzigd: vrijdag 20 december 2019 Door de opwarming van de aarde en de toenemende dreiging van klimaatrampen heeft het historisch onderzoek naar rampen en rampverwerking een hoge vlucht genomen. Het besef is doorgedrongen dat overstromingen, aardbevingen, hittegolven, droogtes, en de gevolgen daarvan (hongersnoden, epidemieën, insectenplagen etc.) een grote en vaak blijvende invloed hebben gehad op de ontwikkeling van lokale en nationale gemeenschappen. In dit congres onderzoeken we de maatschappelijke betekenis van rampen voor Nederland en Vlaanderen in de periode 1780-1940. In deze periode hebben zich tal van ontwrichtende rampen voor de samenleving voorgedaan. Denk bijvoorbeeld aan de grote overstromingen van 1825 en 1861, de cholera-epidemie in de jaren 1830 of de grote stadsbrand van Enschede in 1862. Onder rampen verstaan wij in principe natuurrampen en geen opzettelijke fenomenen als oorlogshandelingen en aanslagen. In de praktijk is de scheidslijn tussen door de natuur of mens veroorzaakte rampen overigens niet altijd eenvoudig te trekken: zo kan een overstroming het gevolg zijn van slecht onderhoud van de dijken of een brand ontstaan door een menselijke fout. Denk bijvoorbeeld ook aan de verwoestende buskruitramp in Leiden van 1807 of de Zuiderzeevloed van 1916. Op dit congres willen we de aandacht vestigen op de betekenis van rampspoed vanuit een multidisciplinair perspectief: welke gevolgen hadden rampen in culturele, politieke, sociale en religieuze zin? Ging men twijfelen aan Gods voorzienigheid, zoals sommigen deden na de grote aardbeving van Lissabon (1755) of nam de religieuze saamhorigheid alleen maar verder toe? Hoe werden rampen gerepresenteerd in culturele media, zoals de literatuur, gedenkboeken, kranten, tijdschriften, schilderijen en prenten? Welke rol spelen rampen bij (collectieve) identiteitsvorming op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau? Hoe verwerkten individuen emoties en hoe werd de verwerking van emoties gereguleerd in de media? Welke impact hadden de rampen op wetenschappelijke ontwikkelingen? Hoe werd de herinnering aan rampen vormgegeven en welke functies hadden deze herinneringen? Welke veranderingen traden er in de loop van de tijd op in de maatschappelijke omgang rampen? Waren (en zijn) er lessen te trekken uit het verleden?

Mogelijke deelthema's

  • De verbeelding van rampen (literatuur, muziek, schilderkunst)
  • De persoonlijke beleving (rampen in egodocumenten)
  • Rampen en liefdadigheid
  • De invloed van het Verlichtingsdenken en de Romantiek op de verwerking van rampen
  • De buitenlandse reactie op rampen in de Lage Landen en de reactie in de Lage Landen op rampen in het buitenland
  • Beeldvorming over rampen bij verschillende sociale groepen
  • Rampen en (lokale, nationale en transnationale) identiteitsvorming
  • De gevolgen van rampen voor de leefomgeving (economisch, sociaal)
  • Rampen en religie
  • Rampen en politiek
  • Rampen en emotie
  • De perceptie van risico
  • Rampen als impuls voor wetenschappelijke ontwikkelingen
  • Beleid, bestuur en recht rondom rampen

Papervoorstellen over deze en andere binnen het congresthema passende onderwerpen zijn welkom. Belangstellenden roepen we op een voorstel van max. 300 woorden en een (beknopte) biografische beschrijving van uzelf in te dienen voor 1 juni 2019. Zo snel mogelijk daarna wordt uitsluitsel gegeven over de selectie. Abstracts kunnen worden gezonden aan Lotte Jensen (l.jensen@let.ru.nl), die ook informatie kan geven over het congres.

Publicatie: Politieke prenten, 1880-1919

Eveline Koolhaas-Grosfeld en Marij Leenders

Tussen politiek en publiek

Politieke prenten uit een opstandige tijd, 1880-1919

Politieke tekenaars zijn opiniemakers, net als de schrijvende pers. Het nieuws 'knedend' tot satire beïnvloeden zij de politieke opvattingen van het publiek. Beelden - direct als zij zijn - zijn vaak effectiever dan teksten zo blijkt. Tekenaars geven, kortom, mede vorm aan het openbare politieke debat.

In dit boek zijn ruim tachtig(spot)prenten uit de jaren 1880-1919 bijeen gebracht. De auteurs laten hiermee op een nieuwe manier de relatie tussen politiek en publiek zien. Het was een tijd van grote veranderingen in de Nederlandse politiek. Nieuwe groeperingen als de confessionelen en socialisten sloegen een bres in het liberale bolwerken brachten het buitenparlementaire politieke debat op gang. En terwijl op straat de roep om algemeen kiesrecht steeds luider klonk, werd binnen het parlement fel gedebatteerd over de onafwendbare grondwetsherziening. Al dit rumoer is te volgen op de afbeeldingen in dit boek.

Omdat het publiek gedurende deze periode steeds meer betrokken raakte bij de politiek werd het voor parlementariërs belangrijk gekend te worden. Prenten waren hiervoor het medium bij uitstek, ook als zij de spot met je dreven. Want wie niet in beeld komt bestaat niet.

Schiedam, Scriptum, €24,95, ISBN 978 94 63191661, Paperback, 22 x 28,5 cm, 136 pagina's, full colour

George Cruikshank, De ontsnapping van Bess en Jack, uit: William Ainsworth, Jack Sheppard, 1839-1840.

CfP: Schurken, Schelmen & Schandalen

Jaarboek Achttiende Eeuw
Deadline: 1 juli

Waar licht is, zijn ook schaduwen, soms zelfs inktzwarte. Met het themadossier Schurken, Schelmen & Schandalen wil het Jaarboek De Achttiende Eeuw in 2020 aandacht geven aan de duistere kanten van de eeuw van de Verlichting. We nodigen bijdragen uit die ingaan op diverse – historische, literaire, artistieke, filosofische – aspecten van onbetamelijke personen en praktijken, zoals criminaliteit, pornografie, misdaadliteratuur, rebellie, schelmenromans, oplichting en misbruik. We nodigen expliciet ook bijdragen uit die reflecteren op de veranderende grenzen en concepten van wat ongepast was, zoals bijvoorbeeld bij politieke misdrijven. Zowel artikels met een biografische insteek, als teksten die bepaalde praktijken of ideeën willen overschouwen zijn welkom, zonder geografische beperkingen, zolang ze de lange achttiende eeuw betreffen (1670-1830). Stuur dus een bijdrage in en help mee om achttiende-eeuwse schelmen en schurken, schoften en schobbejakken, schooiers en schorem, schavuiten en verschoppelingen, charlatans en schandalen uit de schaduwen te doen treden.

Geïnteresseerden kunnen tot 1 juli 2019 een kort abstract (max. 300 woorden) insturen naar elwin.hofman@kuleuven.be. Voordien informeel aftoetsen wordt aangemoedigd. Van de geselecteerde voorstellen worden de volledige artikels van maximaal 8.000 woorden verwacht tegen 1 februari 2020. De artikels worden aan peer review onderworpen.

H.W. Koekkoek, de witte vlag, 1893 olieverf op doek, Stichting B.C. Koekkoek-Huis, Kleef

Tentoonstelling en boek H.W. Koekkoek

Hermanus Willem Koekkoek

Schilder en illustrator van oorlog en vrede

Tentoonstelling 10 maart t/m 30 juni 2019
B.C. Koekkoek-Haus, Kleve (Duitsland)

De voorjaarstentoonstelling in het B.C. Koekkoek-Haus toont het werk van de in de vergetelheid geraakte militair schilder H.W. Koekkoek (Amsterdam 1867- 1929 Amsterdam), een achterneef van de beroemde landschapsschilder, de in Kleve werkzame Barend Cornelis Koekkoek. Herman schilderde eigentijdse militaire voorstellingen, zowel gevechtsscenes als het kampleven, en militaire typen in hun kleurrijke uniformen uit vooral West-Europese legers. De cavalerie en artillerie, waar het paard een belangrijke plaats inneemt, hadden zijn voorkeur. Als illustrator van zich wereldwijd voordoende militaire gebeurtenissen bracht hij de tussen 1900 en 1920 afspelende oorlogen in beeld. Hij beschikte over een groot voorstellingsvermogen. Een oorlog had hij niet van nabij meegemaakt.

Zijn van hoge kwaliteit getuigende schilderijen bevinden zich in internationale particuliere en museale collecties, waaronder het Nederlandse en Britse koninklijk huis.

H.W. Koekkoek, die door zijn vader Willem Koekkoek, bekend om zijn geromantiseerde Hollandse stadsgezichten was opgeleid, woonde tot 1903 in Amsterdam, tot 1920 in Londen en tot zijn overlijden in 1929 weer in Amsterdam.

Zowel het B.C. Koekkoek-Haus als het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (Den Haag) bewaren zijn uitgebreide nalatenschap, die zijn dochter Hermie aan deze instellingen had geschonken. De tentoonstelling is gebaseerd op het onderzoek van drs Jos W.L. Hilkhuijsen, oud-conservator van het Nationaal Militair Museum (Soest, Nederland). Als eerste onderzocht hij beide archieven, waarop zijn monografie is gebaseerd.

Koekkoeks oorlogsillustraties verschenen in het weekblad The Illustrated London News. Hij bracht onder meer de Boerenoorlog, de Russisch-Japanse oorlog, de Bokser opstand en de Eerste Wereldoorlog in beeld. Voor de maandbladen Pearson’s Magazine en The Royal Magazine illustreerde hij de korte verhalen (fictie en non-fictie). Zijn vóór 1895 vervaardigde schilderijen hebben in hoofdzaak betrekking op de Frans-Pruisische oorlog (1870-1871). De nadruk op militaire typen lag tussen 1895 en 1900. Na 1920 vervaardigde hij vreedzame Hollandse waterlandschappen en geromantiseerde Hollandse stadsgezichten in de stijl van zijn vader. De tentoonstelling laat aan de hand van niet eerder aan het publiek getoonde schilderijen en archiefmateriaal alle aspecten van Koekkoeks werk zien. De schilderijen komen hoofdzakelijk uit Nederlandse particulier bezit en uit de collecties van het Nationaal Militair Museum, Museum Jan Cunen (Oss) en het B.C. Koekkoek-Haus. H.W. Koekkoek’s werk valt op door de natuurgetrouw weergegeven ensceneringen en de zorgvuldige uitwerking van wapenrusting. Zowel als kunstenaar en als getuige van eigentijdse gebeurtenissen zijn hij en zijn werk van grote betekenis.

Bij de tentoonstelling verschijnt de Nederlandstalige monografie Hermanus Willem Koekkoek (1867-1929). Schilder en illustrator van oorlog en vrede van drs Jos W.L. Hilkhuijsen (Uitgeverij Vantilt: Nijmegen)

Modernism in migration

CfP: Modernism in migration

Call for papers

Modernism in Migration: Relocating Artists, Objects and Institutions, 1900–1960

Theme outline

In the production and reception of art, processes of migration play a crucial role. This is particularly true for modernism and the historical avant-gardes of the twentieth century, when artists’ transnational networks and migrations across countries and continents greatly impacted artistic developments. Besides artists and agents such as art dealers and art historians, works of art and art institutions also migrated. For an upcoming issue of Stedelijk Studies, we invite scholars to explore forms of migration and their influence on the development and dissemination of modern art around the world from 1900–1960. Artists migrated to metropolises such as Paris in the twentieth century for inspiration and education, leading to collaborations with colleagues, gallerists, and other art promoters. Artists’ experiences under new and alien circumstances were often reflected in their work. Migrations were not always by choice: artists and art agents were forced into involuntary emigration or exile by colonialist and political developments, such as those prompted by National Socialism. Whatever the impetus, between 1900 and 1960 artists and collectors migrated globally on an unprecedented scale and, along with these migrants, their works of art moved as well. This issue of Stedelijk Studies complements an upcoming exhibition about Migrants in Paris at the Stedelijk Museum Amsterdam (September 2019–January 2020), but will offer an in-depth exploration of migration from a greater variety of angles. We understand migration, just as modernism in the arts, as a global phenomenon. We are looking for theoretical explorations as well as art historiographical approaches and case studies, and especially welcome articles that explore gender, queer, and postcolonial perspectives, among others. Potential topics include:
  • The migrant artist in the metropolis (e.g., centers such as Paris, Berlin, New York, Buenos Aires, São Paolo, Shanghai, Jakarta, etc.)
  • Migration away from such centers in search of the peripheral
  • International and transnational artists’ networks, associations, and collaborations
  • International and transnational art trade and collection building
  • (Inner) emigration vs. exile of artists and art agents
  • (Trade) routes and dislocation of art objects and collections (voluntary or forced)
  • Dislocation/relocation of institutions (e.g., Bauhaus, Warburg)
  • The impact of emigration on the artist’s work and on art history as a discipline
  • Cultural transfer and translation
The thematic issue Modernism in Migration: Relocating Artists, Objects, and Institutions, 1900–1960 will be edited by Dr. Tessel M. Bauduin and Dr. Gregor Langfeld (both of the University of Amsterdam).

Stedelijk Studies

Stedelijk Studies is a high-quality, peer-reviewed academic journal published by the Stedelijk Museum Amsterdam. The journal comprises research related to the Stedelijk collection, exploring institutional history, museum studies (e.g., education and conservation practice), and current topics in the field of visual arts and design.

Submission

Deadline for the abstract is February 20, 2019. Deadline for the article (4,000–5,000 words) is May 20, 2019. Publication of the issue will be in November, 2019. Manuscripts and other editorial correspondence should be sent to: Esmee Schoutens, Managing Editor Stedelijk Studies, stedelijkstudies@stedelijk.nl.
Symposium Bilderijk Museum

Symposium Het Bilderdijk-Museum

Spelen, leven, sterven. Bilderdijk en het gezinsleven

Uitnodiging symposium Vereniging ‘Het Bilderdijk-Museum’

vrijdag 22 februari 2019, 14.00-16.30 uur, Universiteitsbibliotheek Leiden, Vossiuszaal

Programma

14.00
Opening door Gert-Jan Johannes
14.05
‘Jacob de Vos Wzn en Willem Bilderdijk. Twee vroege “striptekenaars” over hun kinderen’
Eveline Koolhaas-Grosfeld
14.30
‘“En hier vliegt hy, om de klucht…”. Bilderdijk als pionier van de luchtreis per vlieger’
Gert-Jan Johannes
14.55
Pauze met koffie en thee
15.15
‘Leven en sterven van Julius Willem Bilderdijk (1798-1818)’
Peter van Zonneveld
15.40
‘Mijn tranen stromen nog. Bilderdijk en zijn vrouw over de dood van hun kinderen.’
Rick Honings
16.05
Aanbieding aan Kurt de Belder (directeur UB Leiden) van het eerste exemplaar van Mijn tranen stromen nog. Willem Bilderdijk en Katharina Wilhelmina Schweikhardt over de dood van hun kinderen, red. Rick Honings en Marinus van Hattum.
ca. 16:30
Sluiting

Belangstellenden worden van harte uitgenodigd deze bijeenkomst bij te wonen.

Informatie over de locatie

Vossiuszaal, Universiteitsbibliotheek Leiden, Witte Singel 27, 2311 BG Leiden. Vanaf Station Leiden Centraal vertrekken diverse bussen die voor de UB Leiden stoppen. Met de auto kunt u het beste terecht op Parkeerterrein Haagweg. Van daaruit vertrekken busjes die u op de Witte Singel kunnen afzetten. Betaald parkeren is ook mogelijk op de Maliebaan, aan de achterzijde van de UB Leiden.

Call for papers: Staging Slavery

Staging Slavery Around 1800

Performances of Slavery and Race from an International Perspective

Ghent, September 18-20, 2019
Deadline for proposals: 15 March 2019

Through the lens of popular white performance and theater, this conference explores the ways in which slavery and race were imagined and debated in the metropoles in an age of significant intellectual and political change (1770-1830). As empire is strongly connected to a nation’s individual past and identity, researchers of eighteenth- and nineteenth-century theater have studied performances of slavery in specific French, German, British, American, Spanish, Portuguese and Dutch contexts. Albeit with attention to important geopolitical specificities, this conference aims to investigate the implications of boundary-crossing discussions about this theme and to move beyond the national framework of analyses that otherwise narrow the understanding of our colonial past and present.

Being the most popular venue of its time, the theater around 1800 was a political arena in which topical matters were discussed. Not only did theater reflect contemporary social and political dynamics, it was a site where alternative narratives were invented and broadcasted. Coinciding with the sentimental episode in Europe, antislavery theater developed strategies to evoke empathy and raise awareness of suffering in order to stimulate audiences to direct opposition to the institution of slavery. Plays such as Inkle and Yarico in London (George Colman, 1787), L’esclavage des noirs in Paris (Olympe de Gouges, 1784), or Monzongo, of de koningklyke slaaf in Amsterdam (Nicolaas S. van Winter 1774) challenged authorities and had a lasting impact on their audiences. Reading these plays today, however, reveals how abolitionism went hand in hand with (underlying) notions of black inferiority and white supremacy.

We invite contributions concentrating on the role of theater and performance culture in the spread of abolitionist ideologies and narratives, but also on how these productions (re)established colonial power relations and how theater became proxy for blatant racist and imperialist exploitations of the colonized and enslaved body. Submissions may seek to explore the following research areas/questions:

  • How was the enslaved body represented through national and international theatrical conventions;
  • In what ways was theater itself shaped by global politics and events in the colonies (e.g. slave uprisings or antislavery politics);
  • What was the role of theater and performance in the migration of abolitionist ideologies and narratives across national borders;
  • What were the dramatic functions of characters of color and what was their relationship to evolving assumptions on race and empire;
  • How did the practices and meanings of blackface performance expand and modify over time; what was the relationship between blackface ridicule and abolitionism;
  • In what ways were slavery and race performed outside the playhouse (e.g. at slave auctions, fun fairs, the parliament);
  • Can performance theory and postcolonial studies help us in investigating these theatrical representations of race and slavery?

Please submit your proposal (300-word abstract) for a 20-minute paper no later than March 15, 2019. Proposals should include your name, academic affiliation and a brief curriculum vitae, and be sent to the conference organizers sarah.adams@ugent.be and wsutherland@ncf.edu.

De Moderne Tijd 2018, nr. 2

Speciale voorpublicatie: ‘Onder de huid van Zwarte Piet’

In Moderne Tijd 2, nr. 2 verschijnt een artikel van Hanneke Nap, Iris van der Zande, Eelco Kramer en Gonda van den Heuvel, getiteld ‘Onder de huid van Zwarte Piet. (Schrik)figuren rond het Sint-Nicolaasfeest in de negentiende eeuw’, waarin zij constateren dat zowel voor- als tegenstanders van Zwarte Piet in het sterk gepolariseerde debat hun standpunt baseren op zijn oorsprong. Op basis van hun onderzoek concluderen zij echter dat het personage van Zwarte Piet geen eenduidige herkomst heeft en verschillende interpretatiemogelijkheden in zich draagt, en dat het antwoord op de vraag naar zijn betekenis en vermeende racistische karakter niet zozeer in zijn oorsprong, maar in zijn receptie moet worden gezocht.

Wij bieden dit artikel alvast aan als speciale voorpublicatie, zodat deze bijdrage aan het zwartepietendebat nog ruim vóór 5 december beschikbaar is. Het kan worden gedownload van onze website: http://demodernetijd.nl/nummers/dmt-2018-2/.

Nummer 2 van De Moderne Tijd is inmiddels naar de drukker verzonden en verschijnt binnen enkele weken bij de abonnees.

Migratie en identiteit

Jaarcongres De Moderne Tijd 2018

Migratie en identiteit

Amsterdam, vrijdag 14 december 2018 Universiteitsbibliotheek (Singel 425), Doelenzaal

Migratie is een van de meest besproken thema’s op dit moment. Door velen in het publieke debat wordt de migratiesamenleving gezien als een nieuw fenomeen en een breuk met de voorgaande eeuwen. Tegelijkertijd wordt het beeld van Nederland als een van oudsher gastvrij land nog steeds gehuldigd. De interdisciplinaire werkgroep De Moderne Tijd (voorheen De Negentiende Eeuw) organiseert op 14 december 2018 het jaarcongres Migratie en identiteit. In dit congres onderzoeken we de betekenis van migratie voor de negentiende en vroege twintigste eeuw. Veel historisch onderzoek naar migratie wordt gedaan door sociale en economische historici. De aandacht gaat hierbij meestal uit naar structurele processen en veranderingen. Op dit congres staat juist de culturele dimensie en de relatie tussen migratie en identiteitsvorming in de moderne tijd (ca. 1780-1940) centraal. Een divers gezelschap van sprekers zal ingaan op de ervaringen van de migranten zelf, maar ook van de samenleving die de migranten ontvangt of juist ziet vertrekken. Was migratie evenzeer bepalend voor identiteitsvorming als tegenwoordig of zijn de verhalen van en over migranten juist heel anders dan nu?

Programma

10:10-10:15
Welkom voorzitter
10:15-10:45
‘Immigratie, integratie en identiteit in Nederland: ups en downs c. 1780-1940’
Jan Lucassen
11:45-11:00
Koffie
11:00-11:30
‘Migratie, belonging en beleid in de Zuidelijke Nederlanden: België, c. 1780-1914’
Anne Winter
11:30-12:00
‘Duitse gastvrijheid in Leiden. Werk, leven en integratie van twee Duits-Lutherse herbergiersfamilies in het Heerenlogement aan de Burcht (c. 1750-1820)’
Vincent van Zuilen
12:00-13:00
Lunchpauze
13:00-13:30
‘J.J. Eeckhout, een Belgische schilder in Den Haag (1831-1844)’
Anna Rademakers
13:30-14:00
‘Trans-Atlantisch verbonden. Communicatie via prentbriefkaarten tussen landverhuizers in Amerika en achterblijvers in Europa, c. 1900-1940’
Marie-Charlotte Le Bailly
14:00-14:30
Koffie en thee
14:30-15:00
‘Duitse vluchtelingen in Nederland. Wijzigingen in het beleid van de Nederlandse regering in de periode 1914 tot 1951’
Angela Boone
15:00-15:30
‘Migranten rond het Achterhuis van Anne Frank’
Gertjan Broek
15:30-16:00
‘Fenix: de plek waar landverhuizers een gezicht krijgen’
Wim Pijbes
16:00-17:00
Slotconversatie
17:00-18:00
Borrel

Aanmelden

Kosten voor de dag: €25 (studenten en promovendi €15) inclusief lunch. Let op: ter plekke gepast contant te betalen. Opgeven s.v.p. vóór 7 december 2018 bij de secretaris van de werkgroep Marjet Brolsma: M.Brolsma@uva.nl.
Lotte Jensen

Oratie Lotte Jensen: ‘Wij tegen het water’

Wij tegen het water. Een eeuwenoude strijd

Prof. dr. Lotte Jensen hoogleraar aan de Radboud Universiteit / Faculteit der Letteren met de leeropdracht Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis zal in een academische zitting op vrijdag 2 november 2018 om 15.45 uur precies haar ambt aanvaarden, met het uitspreken van haar rede getiteld: ‘Wij tegen het water. Een eeuwenoude strijd’.

Over de spreker

Lotte Jensen studeerde Nederlands en Wijsbegeerte in Utrecht. In 2001 promoveerde zij aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift getiteld ‘Bij uitsluiting voor de vrouwelijke sekse geschikt’. Vrouwentijdschriften en journalistes in de achttiende en negentiende eeuw. Daarna werkte zij enkele jaren als docent aan de Universiteit Utrecht, onder andere bij de opleidingen Taal- en Cultuurstudies en Liberal Arts & Sciences. Tussen 2005 en 2008 was zij als postdoc-onderzoeker verbonden aan de afdeling moderne Nederlandse letterkunde van de Universiteit van Amsterdam. In 2007 begon ze ook als docent historische Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit. In het collegejaar 2010-2011 was ze verbonden als gasthoogleraar aan de Universiteit Gent (België). Ze verkreeg in 2011 een NWO-Vidi subsidie voor het project ‘Proud to be Dutch’, waarin de Nederlandse identiteitsvorming tussen 1648 en 1815 in relatie tot oorlog en vrede centraal stond. Momenteel werkt ze met een team onderzoekers aan haar Vici-project ‘Dealing with Disasters. The Shaping of Local and National Identities in the Netherlands, 1421-1890’.

Het onderzoek van Jensen spitst zich toe op de Nederlandse cultuurgeschiedenis (1600-1900), met speciale aandacht voor nationale identiteitsvorming en nationalisme.

Aanmelden

U kunt zich aanmelden tot 22 oktober a.s. via www.ru.nl/jensen. Na uw aanmelding ontvangt u enkele dagen voor de oratie een toegangsbewijs. Op vertoon hiervan heeft u toegang tot de zaal.