CfP Achttiende Eeuw liefde

CfP Liefde, Passie en Erotiek

call for papers

Themadossier Jaarboek De Achttiende Eeuw

Als de rede de slaaf is van de passies, zo Hume het wil, wat is dan de plaats van de passies in de eeuw van de rede? In 2021 gaat het themadossier van het Jaarboek De Achttiende Eeuw over liefde, hartstocht en erotiek tijdens de Verlichting. We zijn op zoek naar bijdragen die ingaan op diverse – literaire, historische, artistieke of filosofische – aspecten van amoureuze praktijken, gaande van kerkelijke huwelijken tot libertijnse losbandigheden en alles ertussenin. Hoe werden liefde en seks beleefd, bekeken en beoordeeld in de achttiende eeuw, en beschreven en verbeeld in, onder meer, wetenschappelijke teksten, brieven, romans, juridische documenten en de visuele cultuur? Welke verschuivingen vonden plaats in de opvattingen over liefde, seks en erotiek, en wat was hierbij de rol van de kerk, de staat en andere controlerende instanties? De liefde laat zich niet begrenzen, dus welkom zijn artikelen over liefde in al haar (gender- en seksuele) diversiteit in de lange achttiende eeuw (1670-1830) zonder geografische beperkingen.

Geïnteresseerden kunnen tot 1 juli 2020 een kort abstract (max. 300 woorden) insturen naar delphine.calle@ugent.be en jaarboek@18e-eeuw.nl. Voordien informeel aftoetsen wordt aangemoedigd. Van de geselecteerde voorstellen worden de volledige artikelen van maximaal 6.000 woorden verwacht tegen 1 februari 2021. De artikelen worden aan redactionele peer review onderworpen.

Afbeelding: Jean-Honoré Fragonard, ‘Le Verrou’ (1776-1779). Parijs: Louvre.

J.C. Wendel, Volksdemonstratie in Den Haag, 1848 (Rijksmuseum)

CfP Jaarcongres DMT: Diversiteit

Call for Papers

Eenheid in verscheidenheid. Diversiteit in de Lage Landen, 1780-1940

Jaarcongres Werkgroep De Moderne Tijd, 4 december 2020, Doelenzaal UBA, Amsterdam

Keynote: prof. dr. James Kennedy

Diversiteit is in korte tijd uitgegroeid tot hét thema van onze tijd. Discussies over inclusie en exclusie domineren het publieke debat en musea en historici lijken zich meer dan ooit bewust te zijn van de meerstemmigheid van het verleden. Reden genoeg voor werkgroep De Moderne Tijd om ook ons onderzoeksgebied eens door de lens van diversiteit bekijken. Hoe kwam meerstemmigheid in de lange negentiende eeuw tot uitdrukking? Was het streven naar eenheid en eenvormigheid in deze ‘eeuw van de natiestaat’ inderdaad overheersend of ging het proces van natievorming hand in hand met een toenemende aandacht voor veelzijdigheid?

Voor ons jaarcongres zoeken wij bijdragen die de spanning tussen eenheid en verscheidenheid in de lange negentiende eeuw op een originele wijze voor het voetlicht brengen. De aandacht kan daarbij in de eerste plaats uitgaan naar diegenen die zichzelf wel tot de natie rekenden, maar door anderen niet als zodanig gezien werden. Wie stelden in de periode 1780-1940 de eenvormigheid van de natie ter discussie? Welke strategieën pasten zij toe om door het dominante paradigma van eenheid heen te breken? En welke van deze strategieën had succes en welke niet?

Daarnaast zijn er vele voorbeelden waarbij de meerstemmigheid van de natie juist bewust werd opgezocht en benadrukt. De lange negentiende eeuw was immers ook een tijd waarin de belangstelling voor regionale cultuur en folklore een hoge vlucht nam, kunstenaars het platteland opnieuw ontdekten, en op wereldtentoonstellingen de culturele rijkdom van het koloniaal bezit werd getoond. Verscheidenheid was daarbij geen bedreiging voor het proces van natievorming, maar versterkte juist het beeld van de natiestaat – al klonken er ook toen al stemmen tegen dergelijke vormen van toe-eigening.

Enkele voorbeelden van mogelijke vragen en onderwerpen zijn:

  • Hoe verhield de emancipatie van katholieken, vrouwen, arbeiders en migranten zich tot het proces tot het proces van natievorming?
  • Welk effect had de afschaffing van de slavernij op de positie van voorheen tot slaaf gemaakten? Was er sprake van emancipatie (als dan niet in vereniging), integratie of blijvende onzichtbaarheid?
  • Hoe zagen de pleitbezorgers voor regionale cultuur rond 1880 de samenhang met het tegelijkertijd opkomende nationalisme?
  • Hoe kwam de spanning tussen eenheid en verscheidenheid tot uitdrukking in bijvoorbeeld romans, schoolboeken, tentoonstellingen of de bouwkunst?
  • Hoe probeerden koloniale emancipatiebewegingen de aandacht op te eisen? Binnen of buiten het nationale kader? Welke strategie leidde tot het beoogde succes?

Abstracts van ca 200 woorden met een korte biografie kunnen voor 1 juni worden gestuurd naar ons bestuurslid Anne Petterson: a.petterson@let.ru.nl Inzenders krijgen voor 1 augustus bericht.

(Afbeelding: J.C. Wendel, Volksdemonstratie in Den Haag, 1848. Rijksmuseum Amsterdam.)

George Cruikshank, De ontsnapping van Bess en Jack, uit: William Ainsworth, Jack Sheppard, 1839-1840.

CfP: Schurken, Schelmen & Schandalen

Jaarboek Achttiende Eeuw
Deadline: 1 juli

Waar licht is, zijn ook schaduwen, soms zelfs inktzwarte. Met het themadossier Schurken, Schelmen & Schandalen wil het Jaarboek De Achttiende Eeuw in 2020 aandacht geven aan de duistere kanten van de eeuw van de Verlichting. We nodigen bijdragen uit die ingaan op diverse – historische, literaire, artistieke, filosofische – aspecten van onbetamelijke personen en praktijken, zoals criminaliteit, pornografie, misdaadliteratuur, rebellie, schelmenromans, oplichting en misbruik. We nodigen expliciet ook bijdragen uit die reflecteren op de veranderende grenzen en concepten van wat ongepast was, zoals bijvoorbeeld bij politieke misdrijven. Zowel artikels met een biografische insteek, als teksten die bepaalde praktijken of ideeën willen overschouwen zijn welkom, zonder geografische beperkingen, zolang ze de lange achttiende eeuw betreffen (1670-1830). Stuur dus een bijdrage in en help mee om achttiende-eeuwse schelmen en schurken, schoften en schobbejakken, schooiers en schorem, schavuiten en verschoppelingen, charlatans en schandalen uit de schaduwen te doen treden.

Geïnteresseerden kunnen tot 1 juli 2019 een kort abstract (max. 300 woorden) insturen naar elwin.hofman@kuleuven.be. Voordien informeel aftoetsen wordt aangemoedigd. Van de geselecteerde voorstellen worden de volledige artikels van maximaal 8.000 woorden verwacht tegen 1 februari 2020. De artikels worden aan peer review onderworpen.

CfP: ‘Cultural branding’ van Nederlandse literatuur

Call for proposals

Graag ontvangt themagroep SCARAB (Faculteit der Letteren, Radboud Universiteit) voorstellen voor boekhoofdstukken over de ‘branding’ (het tot een merk maken) van Nederlandse auteurs en in het Nederlands vertaalde auteurs, in heden en verleden, binnen en buiten Nederland. Doel is om te komen tot een boekuitgave in de (Engelstalige) peer-reviewed reeks Radboud Studies in Humanities, uitgegeven door Brill.

Onder branding verstaat SCARAB het interactieve proces waarbij auteurs, uitgevers en publiek gezamenlijk, in de loop van de tijd, een ‘merk maken’ van een schrijver, een oeuvre, een werk of een genre. In het geplande boek onderzoeken we alle fases van dit proces in heden en verleden, en hebben we speciale aandacht voor de dynamiek tussen de drie participanten (auteur, uitgever, publiek). Ook de vraag naar al dan niet aanwijsbare intentionaliteit van het hele proces heeft onze belangstelling. Vaak is de uitgever de initiator van het brandingsproces, is de auteur degene van wie een brand wordt gemaakt, en is het publiek de doelgroep die geacht wordt gevoelig te zijn voor branding, maar deze rollen zijn niet stabiel. Ze kunnen in de loop van het proces op allerlei manieren en om allerlei redenen wisselen en verschuiven. Ook deze omslagen in vorm en agency van het brandingsproces hebben onze aandacht.

We gaan uit van een indeling in vier tijdsperiodes: de 18e eeuw en eerder, de 19e eeuw, de 20e eeuw en de 21e eeuw, en richten ons op drie typen casussen:

  • Nederlandse auteurs, oeuvres of werken die gebrand worden (of werden) binnen Nederland;
  • Nederlandse auteurs, oeuvres of werken die gebrand worden (of werden) buiten Nederland;
  • Vertaalde auteurs, oeuvres of werken uit alle taalgebieden die in Nederland gebrand worden (of werden).

Het is de bedoeling het brandingsproces per hoofdstuk casusgewijs te onderzoeken vanuit een geëxpliciteerd theoretisch perspectief, aan de hand van (één van) de volgende drie begrippenparen:

  • Imago versus zelfbeeld
    We gaan ervan uit dat auteurs (bewust en onbewust) een bepaald beeld van zichzelf en hun werk of oeuvre scheppen en dat dit beeld soms wel, soms niet in lijn is met het imago van auteur en oeuvre dat leeft bij het publiek, in de media en in het veld. Ook uitgeverijen geven het beeld van hun eigen bedrijf en van het werk van hun auteurs zorgvuldig vorm. Om de complexe verhouding tussen imago en zelfbeeld te onderzoeken, zou gebruik kunnen worden gemaakt van bijvoorbeeld beeldvormingstheorie en theorieën over auteursrepresentatie, self-fashioning en posture.
  • Economische versus symbolische belangen
    Zowel auteur als uitgever hebben belang bij het branden van schrijvers en oeuvres. Er valt economische winst mee te behalen (via het verleiden van consumenten tot een aankoop), maar ook symbolische (via de reputatie die door middel van branding gevestigd en versterkt wordt, of juist veranderd of gekenterd). Het publiek heeft vervolgens de macht om economische en symbolische waarde wel of niet toe te kennen. De economische kant van de zaak kan wellicht o.a. via marketingtheorieën en (met name voor de vroegmoderne periode) boekwetenschap worden belicht; de symbolische wellicht via waardetheorieën als die van Boltanski en Thévenot (1991) of Karpic (2010) of de veldtheorie van Pierre Bourdieu.
  • Verzet versus acceptatie
    Auteurs kunnen de brand die van hun werk wordt gemaakt omarmen of versterken, of zich er passief bij neerleggen. Maar ze kunnen zich er ook tegen afzetten, hun brand proberen te ondermijnen, aan te passen of om te gooien. Ze kunnen samenwerken met andere participanten in het brandingsproces (uitgever en publiek), maar ook dwars liggen of in verzet gaan. Ook het publiek heeft macht: het kan een brand geloofwaardig vinden en serieus nemen, of ongeloofwaardig en ‘gezocht’. Deze processen laten zich wellicht onderzoeken met behulp van invalshoeken gericht op de relaties tussen kunstenaars en andere deelnemers aan het culturele leven, zoals het kunstwereld-perspectief van Howard Becker (1982).
  • Proposals van max. 350 woorden kunnen vóór 10 mei 2017 worden gezonden naar scarab@let.ru.nl.