Niels Rode, Portret van Baronesse de Lannoy (1738-1782), 1778. Collectie Het Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch, in langdurig bruikleen aan Museum de Roos, Geertruidenberg.

13/12 Bilderdijk-lezing Maaike Meijer

Bilderdijk-lezing 2019

‘Triumf! ik ben voldaan, ik zal onsterfelijk zijn.’

Maaike Meijer

Vrijdag 13 december 2019
Grote of St. Bavokerk op de Grote Markt in Haarlem
Dichter van Dienst: Maria Barnas brengt een ode aan Bilderdijk

Willem Bilderdijk (1756-1831) woonde de laatste vier jaar van zijn leven in Haarlem. In navolging van Leiden (de Huizinga-lezing) organiseert Stichting Bilderdijk Haarlem sinds 2006 tweejaarlijks de Bilderdijk-lezing. Eerdere lezingen werden gehouden door Piet Gerbrandy, Marita Mathijsen, Peter van Zonneveld, Eric M. Moormann, Rick Honings en Joost Swarte.

Neerlandica en literatuurwetenschapper Maaike Meijer verzorgt de zevende Bilderdijk-lezing. Bilderdijk was een dichter die de literatuur van zijn tijd ‘stempelde’ en die vele kunstbroeders beïnvloedde. Maar om hem heen wemelde het ook van kunstlievende landgenotes en vrouwen die de dichtkunst net zo enthousiast en aanstekelijk beoefenden. Onder hen waren Bilderdijks echtgenote Katharina Wilhelmina Schweickhardt en de wat oudere Juliana Cornelia de Lannoy, die behalve kundig en geleerd ook uitermate geestig was. In 1774 nam zij een bekroning door het dichtgenootschap Kunstliefde Spaart Geen Vlijt in ontvangst met de woorden: ‘Triumf! ik ben voldaan, ik zal onsterfelijk zijn’. De geamuseerde spot kon niemand ontgaan. In haar lezing getiteld ‘Triumf! ik ben voldaan, ik zal onsterfelijk zijn’ laat Maaike Meijer u kennismaken met deze ‘Annie M.G. Schmidt van de achttiende eeuw’ en haar tijdgenotes. Ze geeft een beeld van leven en werk van een aantal belangrijke dichtende vrouwen in Bilderdijks tijd en een kijkje in de toenmalige literaire sekseverhoudingen.

Het is inmiddels traditie dat na de lezing een hedendaags dichter een hommage brengt aan de wonderlijke alleskunner Bilderdijk. Deze keer is Maria Barnas Dichter van Dienst.

Na afloop zullen er kransen worden gelegd op het graf van Willem Bilderdijk

Inloop vanaf 16.00 uur. Aanvang 16.30 uur. Entree slechts 5 euro. Reserveer nu via: https://bavovrienden.avayo.nl/transactions/new/75891. Voor het laatste nieuws: www.facebook.com/Bilderdijk en www.bilderdijk.org.

Afbeelding: Niels Rode, Portret van Baronesse de Lannoy (1738-1782), 1778. Collectie Het Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch, in langdurig bruikleen aan Museum de Roos, Geertruidenberg.

Van Lennep-lezing Aerts

3/10 Van Lenneplezing Remieg Aerts: Politieke typen

Tiende Jacob van Lennep-Lezing
3 oktober 2019, 20:00-21:30
In samenwerking met de Faculteit der Geesteswetenschappen

Politieke typen. Over de omgang met politiek in de negentiende eeuw

De Amsterdamse notabel en schrijver Jacob van Lennep was van 1853 tot 1856 Kamerlid voor het district Steenwijk. Hij zat tegelijk in de Kamer met Johan Rudolf Thorbecke, die net door de Aprilbeweging van 1853 was afgetreden als minister. Achter de regeringstafel zat nu Floris Adriaan van Hall. Drie tijdgenoten, maar tegelijk drie persoonlijkheden die een heel verschillende opvatting van politiek representeerden.
Politiek is zelf een door en door historisch fenomeen – en dan niet alleen de gebeurtenissen, maar ook het fenomeen als zodanig. Hoe zag ‘politiek’ er eigenlijk uit in de negentiende eeuw, voordat er politieke partijen bestonden, en duidelijke ideologische programma’s? Het kiesrecht was beperkt tot een selecte groep en de overheid beschikte nog over weinig middelen om beleid te voeren. Wat betekende het dan om politicus te zijn? In deze lezing wordt nagegaan wat men zich toentertijd voorstelde bij politiek en welke plaats politiek had in het leven en de waardering van burgers. In de negentiende-eeuwse letterkunde waren ‘typen’ populair. De opvattingen over politiek zullen naar voren komen in figuren als Van Lennep, Thorbecke, Van Hall of Multatuli.

Evenement

De Jacob van Lennep-lezing keert jaarlijks op de eerste donderdag van oktober terug en beoogt de Nederlandse literatuur en cultuur van de negentiende eeuw onder de publieke aandacht te brengen. Zij is in het leven geroepen bij gelegenheid van het afscheid van Marita Mathijsen als hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam.

Over de spreker

Prof. dr. Remieg Aerts is hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de UvA. Al jaren speelt hij een grote rol in het onderzoek naar de politieke cultuur van het moderne Nederland. Vorig jaar verscheen van hem het alom geprezen en bekroonde Thorbecke wil het. Biografie van een staatsman.

Aanmelden

U kunt zich aanmelden op de site van SPUI25. Toegang tot de activiteiten van SPUI25 is gratis. Aanmelden is niet vrijblijvend. Wij rekenen op uw komst. Bent u verhinderd, dan graag doorgeven via spui25@uva.nl | T: 020 525 8142.

Boekrecensie: De publieke man. Dr. P.H. Ritter Jr. als cultuurbemiddelaar in het interbellum

Alex Rutten

Hilversum: Verloren, 2018. 281 p.
ISBN 978 90 8704 730 6
€29,-

In zijn proefschrift beschrijft en analyseert neerlandicus Alex Rutten de literatuur- en cultuuropvattingen van dr. P.H. Ritter Jr., een vergeten cultuurbemiddelaar en publieke man uit het interbellum. Qua vorm staat De publieke man op het spanningsveld tussen twee historiografische genres: Rutten poogde namelijk geen biografie te schrijven, maar schreef een cultuurgeschiedenis van historische benaderingen en schrijf- en spreekplatforms voor cultuurbemiddeling, waarbij zijn lens scherp gesteld stond op subject Ritter.

Thematische hoofdstukken maken het voor de auteur mogelijk de verschillende platforms waarop deze bemiddeling plaatsvond te behandelen. Ritter doet hierbij dienst als gids voor een historische rondleiding door de cultuurbemiddeling van het interbellum, waarbij andere cultuurcritici en -bemiddelaars als Menno ter Braak en A. M. de Jong tegen hem worden afgezet.

De publieke man bestaat uit een inleiding, vier hoofdstukken die elk een platform bespreken, een intermezzo en slotbeschouwingen. De vier hoofdstukken bespreken respectievelijk cultuurbemiddeling in dagbladen, lezingen aan volksuniversiteiten, boekenhalfuurtjes op de radio en uiteindelijk filminleidingen in de bioscoop en aan de volksuniversiteit. Elk hoofdstuk volgt hierbij eenzelfde structuur, waarin een inleidend woord, een voorgeschiedenis van het platform, Ritters opvattingen over het platform en zijn ‘praktijk’ steeds weer terugkomen.

Enerzijds is dit een sterke strategische zet. Het geeft Rutten de mogelijkheid om zowel de historische ontwikkeling van het respectievelijke platform uit te diepen als podium voor cultuurbemiddeling evenals de optie om Ritters ideeën en praktijken in deze historische context te plaatsen. Anderzijds doet het soms afbreuk aan de eenheid van het proefschrift, aangezien de voorgeschiedenissen op momenten te veel een geïsoleerd leven lijken te leiden. Zo wordt over de literatuurlezingen aan de volksuniversiteit een voorgeschiedenis verhaald die teruggaat tot in de achttiende eeuw, terwijl de volksuniversiteiten in hun vooroorlogse vorm pas in 1913 hun deuren openden. Dit is één van die momenten waarop de spanning tussen biografie en een overzichtswerk het grootst is, aangezien Ritter volledig uit het oog lijkt verloren.

Ruttens inspiratie voor het werk is de opkomende school van Middlebrow Studies, een nieuw literatuurwetenschappelijk perspectief op middenklassecultuur. Rutten is opzoek naar de verbinding tussen het literaire en het sociale. Het sociale richt zich op een opkomende middenklasse, bestaande uit onder anderen ambtenaren, docenten, kantoor- en winkelmedewerkers die zichzelf in een proces van opwaartse sociaaleconomische mobiliteit bevonden. De taak van de cultuurbemiddelaar was vervolgens deze nieuwe stand ook in culturele zin tot wasdom te brengen.

Rutten analyseert Ritter in deze context en beschrijft hoe deze bemiddelaar zelf op zijn taak reflecteerde en aan deze vorm gaf. De auteur laat hierbij zowel de verschillen als de gemene delers tussen de diverse platforms zien. Centraal in Ruttens analyse staat de spanning tussen Ritters ambities om een objectieve criticus te zijn en zijn maatschappelijke agenda. Zo probeerde de cultuurbemiddelaar zijn anonieme publiek enerzijds als eenheid aan te spreken en niemand uit te sluiten, onder andere aan de hand van een consequent repertoire retorische middelen om een gevoel van inclusiviteit te creëren, terwijl Ritter anderzijds een gevoel van nationale eenheid wilde propageren. In een land met een hard groeiende culturele output probeerde Ritter tot slot voor zijn publiek de sociale boodschap van boeken en films te ontsluiten, om op deze manier zijn passieve publiek aan te zetten tot reflectie op de maatschappij.

Naast deze spanning tussen objectieve bemiddelaar en gekleurde volksverheffer analyseert Rutten ook de tegenstellingen tussen Ritters streven om diepgaande recensies te verzorgen en zijn rol — aan hem opgelegd door zowel publiek als uitgeverij — om ook een behapbaar overzicht te geven van nieuwe uitgaven. Het zijn scherpe analyses van de auteur, die gebaseerd zijn op een grote hoeveelheid primair bronmateriaal, onder andere voortkomend uit de grote hoeveel publicaties die Ritter heeft nagelaten. Ten slotte heeft Rutten ook nog een paar biografische uitstapjes in het boek opgenomen, waaronder over Ritters familie, zijn ambities en zijn eergevoel.

Deze passages brengen ons weer naar de genrespanning van dit proefschrift. Naar Pierre Bourdieus waarschuwing voor biografische illusies probeert Rutten geen ‘totaalbeeld’ of ‘ware aard’ van Ritter te (re)construeren, maar probeert hij zich tot zijn hoofdvraag te beperken en de lezer slechts Ritters bemiddelaarsopvattingen mee te geven. De keerzijde van deze keuze is dat een helder beeld van Ritter als persoon niet ontstaat. In de leeservaring kan dit verwarrend zijn wanneer Rutten wel de vrijheid neemt om uit te wijden over Ritters relatie met zijn vader, zijn christendom, zijn politiek en zijn dood. Rutten licht hierbij echter steeds maar een tip van de sluier op, voor hij weer vlug terugkeert naar Ritters cultuurbemiddeling. Een voorbeeld van zo’n passage verhaalt over een schandaal waarbij ook Anton Mussert genoemd wordt, gesitueerd in het ‘intermezzo’, dat de ‘zwarte pagina’s’ van Ritters leven samenvat.

Het idee ontstaat dat er meer achter deze Ritter schuilt dan wij te weten komen; evenals een gevoel dat ofwel een traditionele biografie ofwel een uitgebreidere cultuurgeschiedenis meer bevredigend zou kunnen zijn geweest. Enerzijds blijft de lezer gissen naar Ritters persoonlijke facetten, naar een genuanceerd beeld van hoe zijn bemiddeling werd ontvangen, naar zijn jeugd en jaren op leeftijd na het interbellum. Anderzijds zou een algemenere bemiddelingsgeschiedenis de overeenkomsten en verschillen met andere cultuurbemiddelaars en hun ontvangst in een diverse en kritische maatschappij inzichtelijker hebben gemaakt.

Toch is Ruttens methode gerechtvaardigd, aangezien een consensus over wat wel een bevredigend evenwicht tussen individu en context is nooit bereikt zal worden, en, naar Bourdieus waarschuwing, een waar totaalbeeld van een persoon nimmer kan ontstaan. Rutten koos ervoor een overzichtelijk en gericht werk te schrijven, dat ook nog helder is verwoord en goed is onderzocht. Als een leven toch niet in één boek te vangen is, dan kiest Alex Rutten ervoor slechts één strak afgebakende onderzoeksvraag grondig te beantwoorden, zij het met biografische ornamenten. De Publieke Man is biografie noch cultuurgeschiedenis, maar een gedegen en gegronde analyse van dr. P.H. Ritter als cultuurbemiddelaar in het interbellum.

Ward de Kock, researchmasterstudent Geschiedenis, Universiteit Leiden
Romantici en revolutionairen

11/9 Romantici en Revolutionairen

Tinbergenzaal, Trippenhuis, Kloveniersburgwal 29, Amsterdam
11 september, 15:30 – 17:30 uur

Vijf hedendaagse schrijvers/schrijvende wetenschappers gaan in op hun favoriete prototype auteur en reflecteren op de hedendaagse rol van schrijvers in de samenleving. Wat is de rol van de hedendaagse schrijver? Wil hij of zij de wereld veranderen en politiek engagement nastreven? Of is het juist beter afstand te nemen en kunst om de kunst te maken? En welke tussenposities zijn mogelijk?

Wie naar de achttiende en negentiende eeuw kijkt, vindt allerlei prototype schrijvers die vandaag de dag nog steeds bestaan. Zo zijn er de revolutionairen, die de wereld wilden verbeteren. Denk aan opruiende schrijvers als Bellamy of Multatuli. Maar er waren ook dichters die zich tegen de meer maatschappelijk gerichte auteurs afzetten. De Tachtiger Willem Kloos vatte die houding in een pakkende versregel samen: ‘Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten’.

Sprekers

Abdelkader Benali, Maarten Doorman, Marita Mathijsen, Nelleke Noordervliet en Marleen de Vries

Muzikale omlijsting

Eveline de Bruin

Aanbieding boek

Aanleiding voor deze bijeenkomst is de verschijning van de nieuwe literatuurgeschiedenis Romantici en revolutionairen. Literatuur en schrijverschap in Nederland in de achttiende en negentiende eeuw van Lotte Jensen en Rick Honings. Dit rijk geïllustreerde boek stelt de positie van de auteur in de samenleving centraal: van domineedichter tot humorist, van idealist tot sentimentalist en van nationalist tot feminist. Anne Vegter ontvangt het eerste exemplaar.

Toegang

Toegang is gratis, aanmelden via: https://akademievankunsten.nl/nl/agenda/literatuurlezing-akademie-van-kunsten-romantici-en-revolutionairen

Symposium Bilderijk Museum

Symposium Het Bilderdijk-Museum

Spelen, leven, sterven. Bilderdijk en het gezinsleven

Uitnodiging symposium Vereniging ‘Het Bilderdijk-Museum’

vrijdag 22 februari 2019, 14.00-16.30 uur, Universiteitsbibliotheek Leiden, Vossiuszaal

Programma

14.00
Opening door Gert-Jan Johannes
14.05
‘Jacob de Vos Wzn en Willem Bilderdijk. Twee vroege “striptekenaars” over hun kinderen’

Eveline Koolhaas-Grosfeld
14.30
‘“En hier vliegt hy, om de klucht…”. Bilderdijk als pionier van de luchtreis per vlieger’

Gert-Jan Johannes
14.55
Pauze met koffie en thee
15.15
‘Leven en sterven van Julius Willem Bilderdijk (1798-1818)’

Peter van Zonneveld
15.40
‘Mijn tranen stromen nog. Bilderdijk en zijn vrouw over de dood van hun kinderen.’

Rick Honings
16.05
Aanbieding aan Kurt de Belder (directeur UB Leiden) van het eerste exemplaar van Mijn tranen stromen nog. Willem Bilderdijk en Katharina Wilhelmina Schweikhardt over de dood van hun kinderen, red. Rick Honings en Marinus van Hattum.
ca. 16:30
Sluiting

Belangstellenden worden van harte uitgenodigd deze bijeenkomst bij te wonen.

Informatie over de locatie

Vossiuszaal, Universiteitsbibliotheek Leiden, Witte Singel 27, 2311 BG Leiden. Vanaf Station Leiden Centraal vertrekken diverse bussen die voor de UB Leiden stoppen. Met de auto kunt u het beste terecht op Parkeerterrein Haagweg. Van daaruit vertrekken busjes die u op de Witte Singel kunnen afzetten. Betaald parkeren is ook mogelijk op de Maliebaan, aan de achterzijde van de UB Leiden.

Lotte Jensen

Oratie Lotte Jensen: ‘Wij tegen het water’

Wij tegen het water. Een eeuwenoude strijd

Prof. dr. Lotte Jensen hoogleraar aan de Radboud Universiteit / Faculteit
der Letteren met de leeropdracht Nederlandse
literatuur- en cultuurgeschiedenis zal in een
academische zitting op vrijdag 2 november 2018 om
15.45 uur precies haar ambt aanvaarden, met het
uitspreken van haar rede getiteld: ‘Wij tegen het water. Een eeuwenoude strijd’.

Over de spreker

Lotte Jensen studeerde Nederlands en Wijsbegeerte in Utrecht. In 2001 promoveerde zij aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift getiteld ‘Bij uitsluiting voor de vrouwelijke sekse geschikt’. Vrouwentijdschriften en journalistes in de achttiende en negentiende eeuw. Daarna werkte zij enkele jaren als docent aan de Universiteit Utrecht, onder andere bij de opleidingen Taal- en Cultuurstudies en Liberal Arts & Sciences. Tussen 2005 en 2008 was zij als postdoc-onderzoeker verbonden aan de afdeling moderne Nederlandse letterkunde van de Universiteit van Amsterdam. In 2007 begon ze ook als docent historische Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit. In het collegejaar 2010-2011 was ze verbonden als gasthoogleraar aan de Universiteit Gent (België). Ze verkreeg in 2011 een NWO-Vidi subsidie voor het project ‘Proud to be Dutch’, waarin de Nederlandse identiteitsvorming tussen 1648 en 1815 in relatie tot oorlog en vrede centraal stond. Momenteel werkt ze met een team onderzoekers aan haar Vici-project ‘Dealing with Disasters. The Shaping of Local and National Identities in the Netherlands, 1421-1890’.

Het onderzoek van Jensen spitst zich toe op de Nederlandse cultuurgeschiedenis (1600-1900), met speciale aandacht voor nationale identiteitsvorming en nationalisme.

Aanmelden

U kunt zich aanmelden tot 22 oktober a.s. via www.ru.nl/jensen.
Na uw aanmelding ontvangt u enkele dagen voor de oratie een toegangsbewijs. Op vertoon hiervan
heeft u toegang tot de zaal.

Van Lennep Lezing Marita Mathijsen

Negende Jacob van Lenneplezing door Marita Mathijsen

Ken ik u ergens van? De lezer van de negentiende eeuw

Donderdag 4 oktober 2018 om 20u in Spui25 te Amsterdam

Sinds Bernt Luger 37 jaar geleden de revolutionaire vraag stelde: ‘Wie las wat in de negentiende eeuw?’,
zijn de mogelijkheden om die te beantwoorden enorm toegenomen: persoonlijke getuigenissen uit
dagboeken en briefwisselingen zijn nu digitaal beschikbaar, net als krantenadvertenties voor boeken. Maar
wat zeggen die precies? Multatuli klaagde erover dat er geen advertenties van Max Havelaar verschenen en
toch kan zijn boek een van de invloedrijkste van de eeuw genoemd worden. Niet dat een lijst van
invloedrijke boeken gemakkelijk valt samen te stellen. Moeten De brave Hendrik van Nicolaas Anslijn en
De opkomst van de Nederlandsche Republiek van John Lothrop Motley er op komen? Of waren er misschien
boekjes die in zeer kleine oplagen onder de toonbank verspreid werden en toch ook invloed hadden? Wat
betekenden boeken voor de negentiende-eeuwer dan eigenlijk? Vanuit de Verlichting was hij gewend aan
kennisvermeerderende boeken, maar in de negentiende eeuw heeft de roman wellicht andere lezers
voortgebracht dan de spectatoriale geschriften en ontologische dichtbundels van de eeuw daarvoor. Met
haar zoektocht naar de negentiende-eeuwse lezer verkent Marita Mathijsen nieuwe mogelijkheden voor de
literatuurgeschiedenis – niet met waarde en originaliteit als uitgangspunten, maar wel de lezer en wat hem
echt intrigeerde en bewoog.

De spreker

Prof. dr. em. Marita Mathijsen is de biograaf van Jacob van Lennep. Jacob van Lennep. De bezielde
schavuit
staat dit jaar op de longlist van de Libris Geschiedenis Prijs en de shortlist van de Nederlandse Biografieprijs.

De liefde voor het lezen en voor de negentiende eeuw heeft zij als hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de UvA altijd uitgedragen. Dat blijkt uit De gemaskerde eeuw (2002) en Nederlandse literatuur in de Romantiek (2004) en uit haar werk als tekstbezorger (onder meer Jacob van Lenneps De zomer van 1823, samen met Geert Mak). De liefde voor het verleden stond centraal is Historiezucht (2013) en meerdere essaybundels.

Aanmelden

De lezing is gratis toegankelijk,
maar u dient zich wel vooraf aan te melden. Dat kan via www.spui25.nl.

De Jacob van Lenneplezing keert jaarlijks op de eerste donderdag van oktober terug en wil de Nederlandse literatuur en cultuur van de negentiende eeuw onder de publieke aandacht blijven brengen. Zij is in het leven geroepen bij gelegenheid van het afscheid van Marita Mathijsen als hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam.

Joost Swarte, "Het geheim van de klare lijn"

Joost Swarte houdt zesde Bilderdijk-lezing

Het geheim van de klare lijn

Joost Swarte

Vrijdag 15 december 2017, St. Bavokerk op de Grote Markt in Haarlem, 16:00

Willem Bilderdijk (1756-1831) woonde de laatste vier jaar van zijn leven in Haarlem. In navolging van Leiden (de Huizinga-lezing) organiseert Stichting Bilderdijk Haarlem sinds 2006 tweejaarlijks de Bilderdijk-lezing. Eerdere lezingen werden gehouden door Piet Gerbrandy, Marita Mathijsen, Peter van Zonneveld, Eric M. Moormann en Rick Honings.

Striptekenaar, illustrator, grafisch vormgever en architect Joost Swarte verzorgt de zesde Bilderdijk-lezing. Bilderdijk was net als Swarte tekenaar en architect. Van zijn hand zijn o.a. vignetten, boerenbedriegers, rebusbrieven en architectuurschetsen bewaard gebleven. Uniek is het kolderieke maar ook educatieve prentenboek ‘Hanenpoot’ dat Bilderdijk maakte voor zijn zoontje Julius Willem. Bilderdijk zet net als Swarte graag de wereld op zijn kop. Ziet Swarte in Bilderdijk wellicht de voorloper van de Nederlandse strip? En welke tekenaars hebben beiden geïnspireerd?

Bezoekers van de zesde Bilderdijk-lezing zullen in de St. Bavokerk een ware beeldenstorm ondergaan. Aan de hand van ruim honderd tekeningen en illustraties geeft Swarte een exclusief inkijkje in zijn onuitputtelijke ideeënwereld en onthult hij en passant het geheim van de klare lijn. Het is inmiddels traditie dat na de lezing een hedendaags dichter een hommage brengt aan de wonderlijke alleskunner Bilderdijk. Deze keer is de beurt aan de veel gelauwerde Hester Knibbe. Na afloop zal er een krans worden gelegd op het graf van Bilderdijk en wordt in de Commandeurszaal van het Noord-Hollands Archief de bibliofiele uitgave ‘Het Geheim van de Klare Lijn’ (uitgeverij De Zingende Zaag) feestelijk gepresenteerd.

Na reservering via info@bilderijk.org is de entree gratis. Voor het laatste nieuws, zie: www.facebook.com/Bilderdijk en www.bilderdijk.org. Mede mogelijk gemaakt door: Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Gemeente Haarlem, SKOB Haarlem, J.C. Ruigrok Stichting, Vrienden van de Grote Kerk Haarlem, Eva Tas Foundation, Noord-Hollands Archief, Tentoo Payroll Professionals, Debbie Saul grafisch ontwerpen, Mark Keppel Lijstenmakerij, Vinites, Wijnkoperij Henri Bloem in Bloemendaal, Lenoirschuring en Sticky Pixels Vormgeving.

Bert van Selm-lezing Mary Kemperink

26e Bert van Selm-lezing Mary Kemperink

‘Literatuur als mede-uitvinder van de homoseksuele identiteit’

Op donderdag 7 september 2017 zal in Leiden de zesentwintigste Bert van Selm-lezing plaatsvinden met de voordracht van prof. dr. Mary Kemperink (Universiteit Groningen) onder de titel: ‘Literatuur als mede-uitvinder van de homoseksuele identiteit’.

‘Literatuur heeft het vermogen om ons te ontroeren en te amuseren. Veel lezers zullen dit onderschrijven. Iets anders is dat literatuur, vaak op een tamelijk onmerkbare manier, onze blik stuurt op de wereld buiten het boek: op onze (directe en minder directe) omgeving, op de mensen die we daarin tegenkomen en niet in de laatste plaats ook op onszelf. Welke thema’s een gedicht of verhaal ook mag bestrijken, en wat voor soort personages er ook in mogen optreden, literatuur gaat als puntje bij paaltje komt altijd over mensen. En zo worden we geconfronteerd met personages die gedragingen, gevoelens en soms zelfs complete persoonlijkheden laten zien waarvan we voorheen het bestaan niet of nauwelijks vermoedden, of die we juist verheugd als een tweede ik begroeten. Literatuur reikt ons daarbij denkschema’s aan die we bewust of onbewust in de wereld buiten het boek gaan toepassen. In deze lezing zal worden geïllustreerd hoe spectaculair dit kan gebeuren door de rol te belichten die literatuur in de periode 1885-1925 heeft gespeeld bij het medisch, juridisch en maatschappelijk op de kaart zetten van de homoseksueel als iemand met een specifieke, herkenbare lichamelijke en psychische identiteit.’

Aanmelden

Alumni van de opleiding Nederlands, studenten, docenten, vakgenoten en belangstellenden worden van harte uitgenodigd deze lezing bij te wonen. De lezing vindt plaats in zaal 011 van het Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, van het Witte Singel/Doelencomplex te Leiden en begint om 16.15 uur. Aansluitend wordt een drankje geschonken. De toegang is vrij, maar u dient tijdig een plaats te reserveren door een e-mail te sturen naar: r.a.m.honings@hum.leidenuniv.nl. Aanvragen worden in volgorde van binnenkomst in behandeling genomen.

Boekuitgave

De lezing zal worden uitgegeven door de Stichting Neerlandistiek Leiden in samenwerking met uitgeverij Primavera Pers en verschijnt op 7 september a.s.

CfP: ‘Cultural branding’ van Nederlandse literatuur

Call for proposals

Graag ontvangt themagroep SCARAB (Faculteit der Letteren, Radboud Universiteit) voorstellen voor boekhoofdstukken over de ‘branding’ (het tot een merk maken) van Nederlandse auteurs en in het Nederlands vertaalde auteurs, in heden en verleden, binnen en buiten Nederland. Doel is om te komen tot een boekuitgave in de (Engelstalige) peer-reviewed reeks Radboud Studies in Humanities, uitgegeven door Brill.

Onder branding verstaat SCARAB het interactieve proces waarbij auteurs, uitgevers en publiek gezamenlijk, in de loop van de tijd, een ‘merk maken’ van een schrijver, een oeuvre, een werk of een genre. In het geplande boek onderzoeken we alle fases van dit proces in heden en verleden, en hebben we speciale aandacht voor de dynamiek tussen de drie participanten (auteur, uitgever, publiek). Ook de vraag naar al dan niet aanwijsbare intentionaliteit van het hele proces heeft onze belangstelling. Vaak is de uitgever de initiator van het brandingsproces, is de auteur degene van wie een brand wordt gemaakt, en is het publiek de doelgroep die geacht wordt gevoelig te zijn voor branding, maar deze rollen zijn niet stabiel. Ze kunnen in de loop van het proces op allerlei manieren en om allerlei redenen wisselen en verschuiven. Ook deze omslagen in vorm en agency van het brandingsproces hebben onze aandacht.

We gaan uit van een indeling in vier tijdsperiodes: de 18e eeuw en eerder, de 19e eeuw, de 20e eeuw en de 21e eeuw, en richten ons op drie typen casussen:

  • Nederlandse auteurs, oeuvres of werken die gebrand worden (of werden) binnen Nederland;
  • Nederlandse auteurs, oeuvres of werken die gebrand worden (of werden) buiten Nederland;
  • Vertaalde auteurs, oeuvres of werken uit alle taalgebieden die in Nederland gebrand worden (of werden).

Het is de bedoeling het brandingsproces per hoofdstuk casusgewijs te onderzoeken vanuit een geëxpliciteerd theoretisch perspectief, aan de hand van (één van) de volgende drie begrippenparen:

  • Imago versus zelfbeeld
    We gaan ervan uit dat auteurs (bewust en onbewust) een bepaald beeld van zichzelf en hun werk of oeuvre scheppen en dat dit beeld soms wel, soms niet in lijn is met het imago van auteur en oeuvre dat leeft bij het publiek, in de media en in het veld. Ook uitgeverijen geven het beeld van hun eigen bedrijf en van het werk van hun auteurs zorgvuldig vorm. Om de complexe verhouding tussen imago en zelfbeeld te onderzoeken, zou gebruik kunnen worden gemaakt van bijvoorbeeld beeldvormingstheorie en theorieën over auteursrepresentatie, self-fashioning en posture.
  • Economische versus symbolische belangen
    Zowel auteur als uitgever hebben belang bij het branden van schrijvers en oeuvres. Er valt economische winst mee te behalen (via het verleiden van consumenten tot een aankoop), maar ook symbolische (via de reputatie die door middel van branding gevestigd en versterkt wordt, of juist veranderd of gekenterd). Het publiek heeft vervolgens de macht om economische en symbolische waarde wel of niet toe te kennen. De economische kant van de zaak kan wellicht o.a. via marketingtheorieën en (met name voor de vroegmoderne periode) boekwetenschap worden belicht; de symbolische wellicht via waardetheorieën als die van Boltanski en Thévenot (1991) of Karpic (2010) of de veldtheorie van Pierre Bourdieu.
  • Verzet versus acceptatie
    Auteurs kunnen de brand die van hun werk wordt gemaakt omarmen of versterken, of zich er passief bij neerleggen. Maar ze kunnen zich er ook tegen afzetten, hun brand proberen te ondermijnen, aan te passen of om te gooien. Ze kunnen samenwerken met andere participanten in het brandingsproces (uitgever en publiek), maar ook dwars liggen of in verzet gaan. Ook het publiek heeft macht: het kan een brand geloofwaardig vinden en serieus nemen, of ongeloofwaardig en ‘gezocht’. Deze processen laten zich wellicht onderzoeken met behulp van invalshoeken gericht op de relaties tussen kunstenaars en andere deelnemers aan het culturele leven, zoals het kunstwereld-perspectief van Howard Becker (1982).
  • Proposals van max. 350 woorden kunnen vóór 10 mei 2017 worden gezonden naar scarab@let.ru.nl.