Oproep tot bijdragen: Planten in de vensterbank! De domesticatie van natuur, 1780-1940

Oproep tot bijdragen
Jaarcongres De Moderne Tijd, 2027
Locatie: Ateliergebouw Rijksmuseum, Hobbemastraat 22, Amsterdam

De natuur werd door de mens lange tijd als een bedreiging gezien. In negentiende eeuw bracht de toenemende kennis over de natuur echter een kentering teweeg; planten werden op grote schaal vast onderdeel van het huiselijk interieur. Mensen kweekten ze op balkons en terrassen, in serres en in tuinen. Daarmee probeerden ze de natuur naar hun hand te zetten: containers als terraria en rijkelijk versierde jardinières werden populair. Vanaf het midden van de eeuw groeide het aantal onbekende soorten dat via handel en botanische netwerken in Europa kwam exponentieel. De populariteit van tuinieren en de opkomst van volkstuinen speelde hierbij een belangrijke rol.

Er ontstond een ware plantengekte die resulteerde in een overvloed aan groen in de huizen van de stedelijke bourgeoisie. In het begin van de negentiende eeuw groeide de belangstelling voor inheemse soorten zoals varens, maar in de loop van de eeuw werden, door de veelvuldige contacten met Azië, orchideeën, palmbomen en camelia’s achtereenvolgens populair. Tegelijkertijd ontstond er door de verzorging van planten behoefte aan accessoires, variërend van plantenpotten en bloembollenvazen tot sokkels en plantenkasten. Rond 1800 zorgden onderzoek en wetenschap voor nieuwe inzichten in de natuur en de verzorging ervan. (Exotische) planten raakten populair en financieel bereikbaar voor een snelgroeiend publiek van natuurliefhebbers dankzij de toenemende welvaart in de loop van de negentiende eeuw.  Daarmee kan de kamerplant worden gezien als een embleem van het moderne leven. De behoefte om te verzorgen uitte zich ook in de ontwikkeling van nieuwe ruimtes aan het huis zoals de serre en de wintertuin. Deze glas-ijzerconstructies leenden zich bij uitstek voor intieme bijeenkomsten van familieleden en vrienden, maar werden in de literatuur vaak getuige van ongeoorloofde ontmoetingen tussen de palmen.

Hoewel Agnes Block en Josephine de Beauharnais al actief waren in de zeventiende en achttiende eeuw, bleef de botanie aanvankelijk vooral een mannenwereld. Het volgende tijdperk maakte echter de weg vrij voor vrouwen om experts te worden. Bovendien werden kamerplanten door de bourgeoisie gebruikt om de armen op te voeden. De verzorging van planten werd gezien als een leerzaam en gezond tijdverdrijf. Ondertussen waren (nuttige en voedzame) planten altijd al onderdeel van het huishouden in de lagere klassen.

Het jaarlijkse congres van De Moderne tijd onderzoekt welke rol de gecultiveerde natuur in het leven van mensen speelde in de lange negentiende eeuw en hoe planten de natuurlijke en vanzelfsprekende vensterbankversiering werden die ze vandaag de dag zijn in Nederland en België, inclusief de koloniën in oost en west in de periode 1780-1940. Hoe kregen planten vorm en betekenis in kunst, cultuur, literatuur, wetenschap en politiek?

 

Mogelijke subthema’s

  • (De representatie van) planten in kunst, literatuur, muziek, theater en film
  • Architectuurontwikkelingen in oranjerieën, kassen, serres en (winter)tuinen
  • Plantententoonstellingen
  • Handel, productie en consumptie van onbekende plantensoorten in en buiten Europa
  • Doe het zelf-handboeken en tijdschriften
  • Erotiek in de serre
  • Planten vanuit genderperspectief
  • De sociaal-maatschappelijke en educatieve betekenis van planten (bijv. Floraliaverenigingen)
  • Planten, nationaliteit en de kolonieën

Voorstellen over deze en andere binnen het congresthema passende onderwerpen zijn welkom. Belangstellenden roepen we op een voorstel van max. 300 woorden en een (beknopte) biografische beschrijving van uzelf in te dienen voor 25 september 2026. Zo snel mogelijk daarna wordt uitsluitsel gegeven over de selectie. Abstracts kunnen worden gezonden aan Gijs Altena (g.w.m.altena@rug.nl).

Dit congres wordt mede georganiseerd in het kader van de tentoonstelling Plantenkoorts. De natuur in huis 1800-1900 in het Rijksmuseum Amsterdam/ Musée d’Orsay najaar 2028-voorjaar 2029

Oproep tot bijdragen: Feest! Jubilea en herdenkingen in de moderne tijd, 1780-1940

Oproep tot bijdragen
Jaarcongres De Moderne Tijd, 2026
Feest! Jubilea en herdenkingen in de moderne tijd, 1780-1940

De werkgroep De Moderne Tijd bestaat in 2026 vijftig jaar. In 1976 werd de Werkgroep De Negentiende Eeuw opgericht en in 2017 breidde ze haar activiteiten uit tot het bredere tijdvak waar ook de late achttiende en vroege twintigste eeuw onder vallen.

Het vijftigjarig bestaan is reden voor een jubileumcongres met als thema ‘Feest! Jubilea en herdenkingen, 1780-1940’. Feesten, jubilea en herdenkingen vormen namelijk een rode draad in de Nederlandse en Belgische geschiedenis. In het revolutietijdvak waren feesten hét middel om politieke groepen te mobiliseren. Revolutionairen dansten rond de vrijheidsboom, Oranjegezinden ontwierpen hun eigen vrijheidssymboliek. In de lange negentiende eeuw werden jubilea onder meer aangegrepen om de trots van de natie te vieren. Denk aan de grootse Coster-herdenkingen in Haarlem in 1823 of de Brielsche feesten in 1872, waarbij de slag om Den Briel werd herdacht. In België werd vanaf 1890 de onafhankelijkheid gevierd op de dag dat koning Leopold I in 1831 zijn eed aflegde. Ook sterf- en geboortedata van schrijvers en kunstenaars, onder wie Vondel, Rembrandt, Conscience en Tollens gaven aanleiding tot feesten.

Zulke feesten werkten even verbindend als polariserend. Ze werden gebruikt om de eigen groepsidentiteit te versterken en andere uit te sluiten. In dit jaarcongres van Werkgroep de Moderne Tijd van 2026 willen we de feestcultuur in de lage landen, inclusief de koloniën in oost en west, in al haar verschijningsvormen onderzoeken. Wat werd er gevierd, door wie, hoe en waarom?

Mogelijke subthema’s

  • Vergeten en herinneren: wat werd er niet gevierd?
  • De verbeelding van feesten in literatuur, muziek, optochten, schilderkunst, beeldende kunst
  • Politieke feesten
  • Vredesfeesten, oorlogsherdenkingen
  • Volksfeesten in de stad en op het platteland, reguliere feestdagen
  • Feest in de familiekring
  • Feest en consumptiecultuur: feestkledij, voedsel en drank
  • Grensoverstijgende, internationale feesten

Papervoorstellen over deze en andere binnen het congresthema passende onderwerpen zijn welkom. Belangstellenden roepen we op een voorstel van max. 300 woorden en een (beknopte) biografische beschrijving van uzelf in te dienen voor 1 oktober 2025. Zo snel mogelijk daarna wordt uitsluitsel gegeven over de selectie. Abstracts kunnen worden gezonden aan Lotte Jensen (lotte.jensen@ru.nl)